Bijzondere Achternamen
'Digitaal Erfgoed'

Welkom

 

Achternamen in Nederland met een aparte klank in 21 thema's.

Uniek onderzoek door dr. Geurt Hupkes levert ruim 15.000 bijzondere namenjuweeltjes op. In 2017 aangegroeid tot 16.000 en het gaat door. Vooral bij dubbele namen is nog veel ruimte voor onderzoek. In 2019 haalden we de 17.000!

Deze site is door de Koninklijke Bibliotheek in 2019 opgenomen als digitaal erfgoed. Daarmee maakt hij deel uit van de Nederlandse cultuur, geschiedenis en samenleving. Zie webarchief KB.



 

Inleiding:

Wat zijn kleine namen? - De naampiramide - Andere landen - 60 Jaar immigratie - Werkwijze

 

Wat zijn kleine namen?

Al onze voorouders kozen ooit - soms met forse tegenzin - lang geleden een eigen achternaam. Als het nodig was, want in kleine gemeenschappen kende je elkaar bij de voornaam of een bijnaam. De nakomelingen veranderden hun achternaam naar het uitkwam, totdat het in 1811 plotseling met die vrijheid totaal was gedaan. Deze website gaat ook over de geschiedenis van onze familienaamgeving.  

Bij dubbele namen alleen één deel van de naam

Op een miezerige middag in oktober 2014 googelde ik uit verveling op ‘achternaam’ en vond de perfecte zoekmachine van het Meertens Instituut. Ik zocht op goed geluk ‘bonk’ in de Nederlandse Familienamenbank en vond Bonkestoter met 58 naamdragers. Probeerde ‘smal’ en kreeg Smallegoor met 135 personen. Ontdekte het geslacht Aalsvel met < 5 leden. Toen Schunk en Schnoor, Slom en Sloog en als klap op de vuurpijl  Had je nou toch ooit? Totaal nieuwe woorden, nietszeggende lettercombinaties maar wel gewoon in de dagelijkse omgang. Bij Loeps, Luif en Lunk was ik levenslang verkocht als liefhebber (was toen 87).

Verzamelwoede is niet te stillen, maar mijn verslaving is gelukkig gratis en gezond. Houdt je van de straat als vroeger postzegelen of voetbalplaatjes en nu sociale media en gamen. Met plezier om verrassende aanwinsten als Geilvoet, Poerstamper en Scharenguivel, om niet te spreken van Rijstenbil, Slettenhaar en Windgassen. Om overdadige stapelingen als Oetgens van Waveren Pancras Clifford en van den Clooster Sloet tot Everlo. Met verbazing  over de wonderbaarlijke vindingrijkheid van naamgevers uit het diepe verleden en over hun sociale ijdelheid en familiale trots.

Of daarentegen over de verlegenheid van eenvoudige mensen zonder familienaam of bijnaam, die toen ze er in 1811 niet onderuit kwamen, hun voornaam Faas, Fabel, Faes of Taam, Taas, Taat, in arrenmoede maar als achternaam lieten inschrijven.


Dit in sterk contrast met de massale multinamen zonder onderlinge bloedverwantschap tussen de soms enorme aantallen naamdragers. Zo tellen de bekende zes topmulti's de Jong, Jansen, de Vries, van den Berg, van Dijk en Bakker samen al ruim 400.000 leden. Dat zijn minstens 400 aparte geslachten. Zo omvatten onze honderd grootste namen ongeveer 4,4 miljoen mensen, ofwel bijna 30 % van de bevolking. We kennen allemaal mensen met zo’n multi. En maar sporadisch iemand met een bijzondere, soms eigenaardige of zelfs gênante naam. Herkennen van die interessante juweeltjes, daar gaat het hier om. Je ziet het pas als je het doorhebt, volgens prof. Johan Cruyff.


De naampiramide

Het aannemen van erfelijke achternamen begon in de middeleeuwen en werd in de verstedelijkte zeeprovincies Holland, Zeeland en Friesland vanaf de 16de eeuw algemener. Het verliep van stad naar platteland, van zuid naar noord en van de welvarende naar de minder welvarende inwoners. De Franse dictator stopte dit in 1811 door iedereen een onveranderbare achternaam op te leggen leggen - achteraf kunnen we er blij mee zijn, want behoed voor de chaos (voor sabotage zie Ongunstig? en Voornamen). 


Het namengebouw is piramidevormig. Over de bovenkant is veel bekend – de online-lijsten van de top tien en de top 100 namen. Expert Maarten van der Meer eindigt zijn top-100 van 2007 onderaan bij duizend leden. Ik nam dat getal over omdat je ergens een grens moet trekken tussen de multi’s en de solo’s – waarin alle naamdragers bloedverwanten zijn. Het blijft een gok - er is geen echt onderzoek.


Onder die duizend naamdragers kun je nog indelen in namen met honderdtallen en echt kleine namen met tientallen leden. Er zijn ook nog de allerkleinste met < 5 personen en de uitgestorven, maar in 2007 door het Meertens nog met 0 overlevenden opgenomen, geslachten als relieken uit het jonge verleden. Ik schaar hier verder alles < 1000 onder het verzamel-etiket kleine namen. Het hardnekkige monnikenwerk, van volgens mij hele generaties Amsterdamse werkstudenten op de Meertens-bestanden, is voor 1947 gebaseerd op de volkstelling van dat jaar en voor 2007 op de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA).

De aantallen naamdragers zijn hier, wanneer geen jaartal is genoemd, die van 2007.


Andere landen

Er is alle reden tot dankbaarheid aan het Meertens, want onderzoek op nationale schaal is schaars. In ons land zijn in 2007 ruim 314.000 achternamen genoteerd. In Duitsland lopen de schattingen uiteen van een half miljoen tot 800.000 en 1 miljoen. Zelfs dat laatste lijkt laag, gezien de vijf maal grotere bevolking dan de onze. Voor Groot-Brittannië bestaat een lachwekkend getalletje van 43.000 geslachten met > 100 naamdragers en over Frankrijk is online niets te vinden. Daar bestaan alleen de gebruikelijke lijsten van de honderd of duizend meest voorkomende achternamen. Detailonderzoek is voor grote landen natuurlijk uiterst kostbaar maar was gelukkig  voor onze zuiderburen wel betaalbaar.


In België bestonden in 1998 volgens de gemeentelijke bevolkingsregisters ruim 316.000 achternamen en in 2008 tegen de 516.000. De 200.000 nieuwkomers zijn ‘veelal buitenlanders die de migratie uit alle hoeken van de wereld weerspiegelen’. De Belgen genoten ook al zonder die instroming veel meer variatie dan wij. De verstedelijking, die de noodzaak van aparte achternamen schiep, begon daar eerder dan bij ons en bovendien speelt de drietaligheid een rol. De aantallen dragers van de meest voorkomende naam zijn illustratief:  32.000 Belgen heten Peeters tegen 86.000 Nederlanders de Jong. Zouden de bevolkingen even groot zijn, dan waren er 48.000 Belgen die Peeters heten, wat wijst op meer variatie daar.


Bij andere kleine Europese volkeren, zoals de Vikingen, bestond minder behoefte aan aparte familienamen omdat de verstedelijking daar laat begon, zodat het namenbestand in de Scandinavische naties nog steeds heel beperkt is. Zo heet 13 % van de Denen Jensen, Nielsen of Hansen, terwijl de zes Nederlandse toppers maar 2,5 % beslaan. Daarom mag men elke andere achternaam erbij doen of een nieuwe aannemen. Ook als die al bestaat, behalve als er minder dan 2000 naamdragers zijn.

De 329.000 IJslanders (ongeveer de bevolking van  Utrecht stad) leven zonder vaste familienaam - zij krijgen het achtervoegsel son of dottir achter de voornaam van hun vader - zoals bijv. de in ons land wonende Eiriksdottir Benedikz. Bij de Friezen bestond ook zoiets: Een zoon van Jelle Douwesz heette Douwe Jelleszn. En zijn dochter Grietje heette Grietje Jellesdogter.

Ook in Noorwegen zijn de regels soepel: de helft van de kinderen krijgt daar direct een dubbele achternaam – vaak Hansen Olsen of Olsen Hansen. In Zweden gebeuren zelfs geregeld vervelende persoonsverwisselingen tussen mensen met dezelfde voor- en achternaam plus geboortedatum! De overheid beveelt dus naamverandering hartelijk aan. Zo vernoemde mijn Noorse zwager zich tot Hupkes Hansen.


60 Jaar immigratie

De enorme, onvoorstelbare, toeneming in ons land met 189.000 namen, van 125.000 in 1947 tot 314.000 in 2007, is haast geheel veroorzaakt door in die 60 jaar ingekomen migranten en hun nageslacht. Het gaat tot nu toe vooral om heel kleine families of eenlingen. Wel ontstonden er al enkele multi’s als Ahmed, Ali, Mohamed, Nguyen en Yilmas -  vooral van Turkse of Marokkaanse herkomst. Deze Nederlanders werden niet bij dit onderzoek betrokken wegens onbegonnen werk en mijn onwetendheid van hun talen (zie voor de curiositeit Deftigheid/ Arabische meganamen)


Sommige geselecteerde namen zijn niet duidelijk te onderscheiden van een betekenis in een andere taal. Het namenbestand globaliseert nu heel snel, maar bij ons was dat al heel lang aan de gang. In de Gouden eeuw van onze welvarende handelsrepubliek was de helft van de Amsterdammers allochtoon en van de blijvers zijn we niet slechter geworden. Toch?


In 1947 waren 25.000 van de 125.000 namen van buitenlandse origine. Daarvan waren er 3.000 al vernederlandst vóór de invoering in 1811 van de Napoleontische Burgerlijke Stand. Met verplichte opgave van geboorte, overlijden, huwelijk en scheiding plus voor naamwijziging toestemming van de overheid. De andere 22.000 buitenlandse naamdragers bleven in de taal van herkomst bestaan, tenzij ze uitstierven of emigreerden. Ze werden uiteraard aangevuld met nieuwkomers. Zie verder onder Naaste buren.


Werkwijze

Mijn doel is de opsporing van kleine namen met een aparte klank. Ze zijn gelijk aan een woord in onze hedendaagse taal met een andere betekenis, of daarentegen een combinatie van letters zonder enige andere betekenis dan die van een eigen familienaam. Die namen deelde ik naar mijn smaak in thema's in om gericht te grasduinen in het onuitputtelijke Meertens-bestand. Wat een breder panorama biedt dan de in de naamkunde traditionele indeling in afstamming, beroep, bijnaam, eigenschap, geografie en status. Omdat het extra inzicht geeft in de motieven die historisch speelden bij het aannemen van een achternaam.


Systematisch zoeken van A tot Z in de perfecte, gewillige zoekmachine van het Meertens - nu in de collectie van het CBG Centrum voor Familiegeschiedenis (cbg.familienamen.nl) - is onmogelijk. Ik ben van 1928 en weet niet hoeveel tijd ik nog heb. Dus is er een fanatiek op z’n janboerenfluitjes beoefende hobby, met assistentie van mijn lieve Carla en zoon Marco, de sitebouwer. Bronnen zijn de fantasie, het dagelijkse nieuws, familieadvertenties en diverse boeken en online media, zie Bronnen.

Eerst was het hengelen in de namenoceaan, maar werd vissen met het schepnetje na  de keuze van 21 thema’s. Geen pretentie tot objectiviteit dus, want ik koos zelf die thema's. Er bleef toch een ongesorteerde restant aan klankjuweeltjes over. Het onderzoek wordt nog bijna dagelijks aangevuld. Mijn eigen allermooiste vondst is Roosgeurius - verdeftiging van Rozengeur? Nummer twee is Zeeboer - wat was dat voor beroep? Ook Kleinleugenmors is heel fijn. En Gerrits bijgenaamd Pik scoort hoog. Ik zou zeggen, ga zelf 'ns kijken.


                         Ben benieuwd naar mailtjes aan hupkesg@xs4all.nl

                                     Bedankt reeds en wordt altijd beantwoord