Bijzondere Achternamen
'Digitaal Erfgoed'

Gouden Eeuw

 

 

De klassieken nagebootst - Onze lijst

Een vergelijking met vier eeuwen geleden biedt historisch perspectief. In onze glorietijd stroomden er massaal nieuwe geslachten in. Alleen al de provincie (noord en zuid) Holland lokte honderdduizenden immigranten – meest uit Vlaanderen, Duitsland, Frankrijk en Engeland, maar ook uit Portugal en Spanje. Niet alleen, vooral om hun protestante of joodse geloof, uitgewekenen die hun eigen negotie meebrachten en zich met succes - vooral in Amsterdam - ontplooiden. Maar veel meer gastarbeiders. Dagloners of losse contractanten voor de oogst in de landbouw en in de nijverheid, de koopvaardij en de marine. Of in persoonlijke diensten, het leger en andere minne baantjes waar de 'steenrijke' Hollanders hun neus voor optrokken. Soms sneuvelden ze in onze talrijke zeeoorlogen, stierven aan boord op een maandenlange reis aan scheurbuik of in Java aan een gemene tropische ziekte. De, in onze tolerante republiek met zijn snel groeiende economie, ingeburgerde overblijvers huwden vaak een autochtone jongedochter en stichtten een gezin.


Helaas ontbreken tegenwoordig veel BNers van toen uit onze geschiedenislessen. Zoals theoloog Jacobus Arminius, schoolmeester Willem Bartjens, hoogleraar geneeskunst Hermanus Boerhaave, veelzijdig intellectueel Dirck Volkertsz. Coornhert, ingenieur Nicolaus Cruquius, onderzeebootbouwer Cornelis Drebbel, jurist Hugo Grotius, klokkengieter Pierre Hemony, Bredase veerman Jan Koppelstok, watergeuskapiteins Willem Lumey en Diederik Sonoy, microscoopmaker Antoni van Leeuwenhoek, gouverneur-generaal VOC Joan Maetsuycker, staatsman Johan van Oldenbarnevelt, atlasmaker Gerard Mercator, beeldhouwer Artus Quellinus, kunstschilders Hendrick Goltzius, Jan van Scorel en Pieter Saenredam, wetenschapper Simon Stevin, gouverneur van Nieuw-Amsterdam Peter Stuyvesant, bioloog Jan Swammerdam en componist Jan Pzn. Sweelinck. Ook de familienamen van het prille, opzichtig rijk door Rembrandt geschilderde, echtpaar Oopjen Coppit en Maarten Soolmans zijn uitgestorven. Enzovoort.


Van admiraal Michiel de Ruijter bestaan geen mannelijke afstammelingen, al is zijn naam een multi met 5.855 dragers. Wel draagt de familie Bestevaer nog zijn erenaam in de marine. En ondanks 5.577 naamgenoten Tromp is de stamboom van de beroemde vlootvoogden Maarten en Cornelis doodgebloed. Een andere overgebleven multinaam is die van de schilder Jan Steen (1.410). En er is nu een onderwijzer Rembrand van Rijn - geen familie, maar zijn moeder vond het een perfecte combinatie. Wel moet hij het steeds uitleggen - je zou bijna zeggen, neem toch een roepnaam. Ook de familie Banninck Cocq van de door Rembrandt vereeuwigde kapitein van de Amsterdamse schutterij is uitgestorven.


Geslachtsnamen (en vooral de dubbele) zijn vergankelijk, al zijn er gelukkig legio waarschijnlijke overlevers. Wel vaak in het laatste stadium, zoals dat van poldermaker Jan Adriaansz Leeghwater met in 1947 nog drie en in 2007 nul naamdragers. Ook de naam van Antonie van Leeuwenhoek, uitvinder van de microscoop, is pas kortgeleden verdwenen. De heldhaftige springer van de Barneveldse kerktoren Jan van Schaffelaar telt nu 41 nakomelingen. Onze nationale dichter Joost van den Vondel (vondeling?) heeft nog < 5 nazaten, alsook de schilder Gabriël Metsu. De componist Adriaen Valerius daarentegen 83. En boekdrukker Christoffel Plantijn 80. Namen waar ‘ae’ in voorkomt en/of eindigen met ‘ckx’ wijzen op Vlamingen, om vervolging wegens opstandig protestants geloof naar onze republiek gemigreerd - meest naar Amsterdam.


Het geringe aantal van 25.000 buitenlandse namen in 1947 wijst, behalve op naamaanpassing, op het vaak uitsterven van kleine geslachten door overlijden of een definitief vertrek naar elders. Daarnaast stroomden er toen, vlak na WO II, weinig gastarbeiders, politieke vluchtelingen, immigranten en expats in. Nu zitten we midden in massale globalisering. Onbegrepen namen van instromers bleven hier buiten beschouwing.


Het eigen lijstje bestaat uit figuren uit de tachtigjarige oorlog, maar soms eerder of later, en bevat o.a. architecten, geleerden, ingenieurs, kerkelijke voorgangers, kooplieden, kunstenaars (meestal schilders, zoals Adriaan van Ostade met 54 nazaten), militairen, notabelen, ontdekkingsreizigers, politici, regenten en staatslieden. En zelfs een filosoof: Baruch Spinoza met in 1947 nog één naamgenoot. Kortom, de spraakmakende elite van toen, waar historici van nu over schrijven. Pedagoog Jan Ligthart is met 2.517 een multi. Verder hebben we Bontekoe (521) met als voorvader de stoutmoedige scheepskapitein Willem Ysbrantz Bontekoe, en Tasman (7) als nazaten van de naamgever van Tasmanië Abel Tasman. Ook Ripperda (46) met voorvader Wigbolt Ripperda, de bevelhebber die in 1573 Haarlem zeven maanden manhaftig tegen de belegeraars verdedigde en na de overgave door de wrede Spanjaard als wraak werd onthoofd.


De klassieken nagebootst

Opvallend zijn de latiniseringen en vergrieksingen in die tijd. Je deed eerst de Latijnse School, als kostbare middelbare opleiding uitsluitend toegankelijk voor jongelieden uit de hoogste standen en de gegoede burgerij. Je kon daarna studeren aan de universiteit te Leiden, Groningen, Franeker, Utrecht of Harderwijk. Ook aan de hogeschool te Amsterdam of een aloude Franse of Italiaanse universiteit als pa het wilde betalen - de taal was geen bezwaar want de colleges waren in het latijn en de examens ook. Geen wonder dus, dat je dan je naam zo aanpaste. Zo maakte je goede sier. Een bewust afscheid van de aloude familienaam ter entree in de betere kringen.


Volgens het Meertens zijn er ooit ca 1.500 namen gelatiniseerd en ca 100 vergriekst (veel ervan uitgestorven). Dat is één per duizend van de 1,5 miljoen inwoners van de republiek, maar voor artsen, juristen, predikanten, professoren en andere afgestudeerden haast een verplicht nummer. Als reclame voor hun solide geleerdheid. Het was daarnaast streven naar distinctie, naar 'stand'. Je gaf je visitekaartje s' middags op de wekelijkse jour van mevrouw aan de gedienstige bij de voordeur af.  En dan werd je ontvangen door de deftigheid of niet - als potentiële huwelijkskandidaat voor een dochter? Het lag heel subtiel en de dame des huizes besliste er over, bij twijfel na overleg in eigen kring. Redelijk presentabel van uiterlijk en manieren en onderhoudend van gesprek moest je wel zijn, anders bleef het bij een eenmalige kennismaking.


De naamkundige experts Ten Houte de Lange en De Jonge registreerden in Het Dubbele Namenboek de omzettingen naar het Oud-Grieks. Veel ervan ontstonden in Friesland en Groningen - waarschijnlijk vaak na een voltooide studie aan de universiteit van Franeker of Groningen. Gecheckt op voortbestaan anno 2007 volgt hier een selectie:


Andrae * Aenea Venema * Antonides * Aronds = Arondeus * Bacchus * van Baarle = Barleeus * Bodde = Boddeus * Bouides * Bolander * Calander * Casander * Cerneus * de Lezenne Coulander * Cunaeus * Cuneus * Feleus * van der Willigen Gadsonides (omgezet van Gatses) *  Haje = Hajonides * Herman = Hermanides * Hilarius = Hylarides * Lasonder * Leander * Maccander * Mallander * Mense = Mensonides * Neumann = Neander * Oneides * Petra/Peters = Petraeus * Simon = Simonides * Spier = Spierieus * Boogman = Toxopeus * IJnse = IJnsonides * Ypeij * Zethreus.


Soms zijn omzettingen naar het Latijn  (met een slag om de arm) aantoonbaar, want beide versies bestaan nog steeds: Adriaan = Adrianus * van Akkrum = Akronius/Accronius  *Allon = Allonsius * van Althuis = Althuisius * Angus = Angius * Appel = Appelius * Arntzen = Arntzenius * Arons = Aronius * Baven = Bavius * Beeksma = Bekius (?) * Beer = Ursinus * Berghaan = Berghansius * Blaas = Blasius * Bodde = Boddeus * Blokker = Blokkerus * Boding = Bodingius * Bol = Bolenius/Boley/Bolijn * Bols = Bolsius * Bontjes = Bontius * Bonus = Bonius * Boom = Bomius * Boonaerts = Bonarius * Borg/Borges = Borgesius * Borghgraef = Borggreve *


Bors = Borsius * Bote = Boëtius * Bourik = Bouricius/Bouritius * Boven = Bovenius * Braun = Braunius * Breed = Bredius * Bron = Bronius * Brood = Panis (?) * Broos = Brosius * Brouwer = Brouwerus * Bruin = Bruinius/Bruinisius * Cankrien = Cancrinus * Carbaat/Karbaat = Carbasius * Caris = Carius/Charisius * Casie = Casius * Christiaans = Christianus * Cnoops = Cnopius * Cohen = Cohensius * Compaan = Companus * Cordes = Cordesius * Cornelis = Cornelius * Corsten = Corstius * van Corswarem = Korswagen * Coster = Costerus * Cramer = Cramerus * Cremer = Cremerius * Croll = Crollius * Daris = Darius * Dillen = Dillenius * Dinkgreve = Dinckgreve * Dion = Dionisius * Doeve/Doove  = Dovianus * Dolijn = Dolenius * Ducaat = Ducardus * Duit/Duitgen = Duitgenius * Elens = Elenius * Elsenaar (Schoenmaker) = Elsnerus *  Eras = Erasmus * Everhard = Everardus * Fontijn = Fontanus * Fritz = Fritzius * 


* Gebert = Geberius * George = Georgius * Gerbrands = Gerbrandy * Germans = Germanus * Gerson = Gersonius * Giskes = Gisius * Glorie = Glorius * Glijm = Glijmius * Goebert = Goebertus * Goedel = Gaudesius * Gombert of Gommer = Gomarus * Grent = Grentzius * Grim = Grimmius * Grimmelt = Grimmelius * de Groot = Grotius * Hagen = Hagenius * Hajen = Hajenius * Havenaar = Avenarius * Hees = Heezius * Heida = Heidanus * Heins = Heinsius (voor een andere tak Heinsius was dat niet bijzonder genoeg: men noemde zich Gueinsius) * Hempen = Hempenius * Heshuijsen = Heshusius * Hessel = Hesselius * van Hille/Hillenius = Hillenius * Hoden = Hodenius * de Hond = Hondius en ook Canis/Kanis met nog een stuk deftiger Canisius * Hof = Hoffius * Hopper = Hopperus * van Hove/Hovis = Hovius * Jansen = Jansonius * Jochems = Jochemus * Julius = Julianus * Jurres = Jurrius * Just = Justus * Kaal = Calvis * Kaas = Kasius/Kazius/Casius * Kaasenbrood = de Casembroot * Kanis = Canisius * Kattestaart = Cattenstart * Keuch = Keuchenius * Knotter = Knottnerus *


Koch = Cochius * Koet = Avis/Aafjes * Kors = Corsius * Kraamwinkel = Cramwinckel * Kraus = Crusius * Kruk/Kruik = Crucq * Krutzen = Crusius * Kuiper/Cuyper = Cuperus/Couperus * Kwaaitaal = Quaijtaal * Kwak = Quak * Kwaks = Quax * Kwast = Quast * Kwint = Quintus * Kwist = Quist * Ladee = Ladenius * Lievense = Livius (sic)  * Lindenhof = Lindenhovius * Ling = Lingius * Lips = Lipsius * Lodder = Lodderus * Loor = Lorius * Maes = Masius * van Mannekus = van Mancius * Matthes = Matthesius * Melis = Melius * Mevis = Mevius * Montaan = Montanus * Nip = Nipius * Nipper = Nipperus * Noltee = Nolthenius * Noorda = Noordanus * Noot = Nota * Odin = Hodinius * Oele = Oelius * Paris = Parisius * Persoon = Personius = Perizonius * Pertijs = Parthesius * Piper = Pipardus (?) * Pisters/Pistoor = Pistorius * Ples/du Plessis = Plessius * Poppe = Poppeijs * Pors = Porsius * Praet/de Preter = Pretorius * Profijt = Prophitius * Quint = Quintus * Raad/Radijs = Radius * Rabe = Rabius * Rebel = Rebelius/Rebellius * Redding = Reddingius * Reef/Revis = Revius * Regnerij = Regnerus * Remie/Remmig = Remigius * Remus = Remius * Reppel = Repelius * Ribbes = Ribbius * Richard = Richardus * Robel = Robelus * Roep = Roepius * Roldaan = Roldanus * Ros = Rossius * Ruighaver = Ruychaver * Rus = Rusius/Ruzius * Sammels = Sammelius * Sander = Sanderus * Sassen = Sassenius *


Scheid = Scheidius * Schelle = Schellius * Scheltens = Scheltonius * Schenk = Schenkius * Schipper = Schipperus * Scholte = Scholtanus * Scholtes = Scholtius * van Schooten = Schotanus * Schraver = Schraverus * Schrevel = Schrevelius * Seger = Segerius * Sens = Senstius * Servaas = Servatius * Severs = Severius * Sieljes = Sillius * Silvis = Silvius * Slaats = Slatius * Slater = Slaterus * Soons = Sonius * Speets = Speetsius * Spier = Spierius * Staats = Statius * Stampaert/Stamper/Stamps = Stamperius * Staphorst = Staphorsius * Staphout = Staphorius * van Staveren = Stavorinus * Steffers = Steffarius * Stephan = Stephanus * Stoffer = Stofferinus * Stoof/Stove = Stovius * Stomp = Stumphius * Stuifzand = Stuyvesant * Sutor (schoenmaker) = Sutorius *

Tammer = Tamerus * Tibbert = Tiberius * van Tiel = Tilanus * Verweel = Verwelius * Vledder = Fledderus * Voets = Voetius * Vorst = Vorstius * Vos = Vossius * de Vries = Frisius * Walvis = Walvius * Wessels = Wesselius * Wigbout = Wibaut * Winkens = Winkenius * van Winsum = Winsemius * Wolves = Wolvius * Zegers = Zegerius/Zeguers * Zeller = Cellarius * Zelvers = Zelvius * Zipp = Zippelius  * Zoon = Sonius.


Naast zulke gemakkelijke aanpassingen zijn er ook regelrechte vertalingen: Agricola (nu 382) en Rusticus (142) komen van Boer, Bouman, Bouwman  of Huisman * Beer en Bernhard werden Ursinus (197) * van den Berg werd Montanus * de Jongste werd Junius (18) * de topmulti de Jong (86.534!) in enkele geslachten Jongerius (1.250). Ja, als ik zo weinig zeggend  heette had ik misschien, na hardnekkige opwerking tot hogere stand, het ook hebben gedaan - voordat tiran Napoleon het verbood. Dat het zo weinig gebeurde betekent dat een aparte familienaam de gewone Nederlander toen nauwelijks interesseerde. De Groot (36.032) werd Magnus (34) en ook Grotius (0) * de Hond (403) werd Kanis (750) of Canisius (155) * de geslaagde ambachtsman Schoenmaker (2.221) werd Sutorius (74) * kleermaker Snijders (8.116)  = Sartorius (59) * Timmers (4.288) = Fabritius (19).


Er zijn zelfs 6.783 naamdragers Faber, een aanzienlijke omzetting van Smid(s/t nu 28.134)* Een familietak Tuinman (nu 814) noemde zich Hortensius (278) en een andere vond Hortulanus (58) of Gardenier (413) fraaier * Kuiper (13.941) werd Viëtor (129) of Couperus * Schipper (10.784) werd de multi Nauta (2.802) * van de Velde (11.348) werd Campanus (0) * Zelle = Cellarius (23) * Waterman = Aquarius (92) * een tak IJzerman (1.120) heette voortaan Siderius (394) en Huntjens (1.195) = Canisius (155). Vrijfpenninck werd vrij vertaald als Terenummus (0) * Praetorius (< 5) komt van een jongeman Schulte die predikant werd en zijn naam krakkemikkig latiniseerde.

Er was ook de Vlaamse predikant Platevoet (platvoet) die in Amsterdam als betrouwbare kaartenmaker en -drukker Plancius (17) beroemd werd - de Hollandse avonturiers wilden toch wel graag weten waar ze langs zeilden voor negotie in de rest van de wereld. De Enkhuizense stadsarts en oprichter van een rariteitenkabinet Berent ten Broecke, die in Padua had gestudeerd, noemde zich Bernardus Paludanus (132). Waarom de familie van den Bleeck de naam Torrentinus aannam is onduidelijk - maar chique klonk het zeker. Vond je dat je niet voor schut ging, dan deed je het gewoon. Een tak Naaktgeboren (nu 618) werd Posthumus (nu 2.419), omdat men meende dat de naam was verbasterd uit Nachgeboren - de nummer twee van een tweeling.  Of het was een kind dat zekere tijd na de dood van de vader ter wereld kwam en dus zijn naam niet kreeg.


Onze lijst

Wij herkenden verder zulke namen, waarbij de periode Gouden Eeuw breed is gemeten, uit eigen bronnen of aan de toelichting 'oude spelling' door het Meertens. De namen beginnend met een Q , vaak  van oude spelling, zijn verzameld bij Klankrijk van A tot Z. En voor dubbele namen zie Deftig/Dubbele namen en /Patriciaat.

Aangenendt * Abcarius * Acampo * Ackx * Aeberhardt * Aelbrecht * Aelvoet * Agenant * Aeukens * Agtereek *  Aldewereldt * Allebé * Ambrosius * van Amstel * Apallius * van Appeltere * Arntzenius * Asche * Aspeslagh * Baartscheer * Backer * Baede * Baelemans * van Baerle * Baelus * Baerts * Bakhuis * Ballendux * van Ballaert * Bankert * Barbas * Barentz * Barleeus * Bas * Beddegenoodts * Beerensteyn * Bekaert * Bentinck * van Berck * Berckmoes * Berlage * Bestebreurtje * Bestevaer * van Beuningen * Beijaert * Bexelius * Bicker * Bier (plus 163 samenstellingen waarin 'bier' voorkomt!) * Bilius * Binck * Blaauboer * Blaauwendraat * Blaecke * Blancquaert * Blazius * Bleuanus * Blommaert * Blondeel * Bocatius * Bodaert * Boddeus * Boddingius * Boeckx * Boerhave * Bogaert * Bonius * Borgesius * Borgh * Borrius * Borsch * Bosscha * Bosschaert * Botha * Bothenius * Botschuyver * Bouiius * Bouwknegt * Bovenius * Boxhoorn *


Braakensiek * Brakenhoff * Bramervaer * Brandligt * Brandwagt * Brant * Braspenninckx * Breddels * Bredero * Brenneraedts * Brill * Brixius * Brocatus * Broekaert * Broeyer * Brooshooft * Bruyninckx * Bruijnooge * Buyckx * Busenius * Bijdevaate * van Bijlert * Bijnagte * Bijns * Caasenbrood * Cacquelein * Cadovius * Caers * Caland * Caljouw * Calkoen * Callemeyn * Callewaert * Camijn * van der Capellen * Capoen * de Carpentier * Cats * Castelein * Cattenstart * Cazius * Cieraad * Coeymans * Charisius * Chelius * Chorus * van der Chijs * Cicero * Claes * Clausius * Clavier * de Clerck * de Clerq * Cleveringa *

Cloeck * Cloin * van Cuyck * Cluyster * Cnubben * Cockx * Cocquyt * Coehoorn * Coemaet * Coen * Coenjaerts * Collaert * Comenius * Commelin * Commijs * Companjen *  Compier * Confurius * Consent * Conzensius * Coopal * Coopmeiners * Coorengel * Copier * Copijn * Corjanus * Corbelijn/Corpeleyn * Corlemeijer * Corpus * van de Corput * Corver * Corzilius * Cosijn * Craenhals * Craghs * Crama * Cramwinckel * Crans * Cratsborn * Crediet * Criellaert * Croese * Crombalgh * Crombeen * Crommelin * Crompvoets * Croockewit * Croon * Crucq * Crull * Crum * Crusius * Cruts * Cryns * Cruyff (ons aller Professor) * Cuyp * Curtius


* Daendels * Daenekindt * Dagelinckx * Daleboudt * Dankaert * Dedel * Denys * Descartes * Deutgen * Dewaerheijt * Diender * Dierckx * Dixius * de Dobbelaere * Dockx * Doekbryder * Domus * Donckerwolke * Doodeheefver *  Doolhoff * Doomer * Dootjes * Dorrius * van Dorth * Dou * Doudeijns * Draeck * Dragt * Drossaert * Druncks * van Duijvenbode * Dullaert * Duurentijdt * Duyckaerts * Duys * Duyster * Ebelties * Edelenbosch * van Eeghen * Eelzak * Eendragt * Eerligh * Egmond * Eisinga * Eliel * Elkerbout * Elsevier * Enthoven * Eustatius * Eijkelhoff * Eijpelaer * Exaltus * Extercatte * Eijsbouts * Eijskoot (een wintervondeling) > Jiskoot

* Fabritius * Fabrij * Fagel * Falck * Falenius * Feeleus * Felius *  Fenijn * Ferkenius * Fick * Filius * Finck * Fleurbaay * Flinck * Florianus * Fock * Fonteyn * Fruin * Gamelkoorn * Ganicius * de Geer * Germanus * Geselschap * Gevaerts * Gobius * van Goens * Geus * Gillebaard * Gisius * Glavimans * Glijmius * Goedemondt * Goetzee * van Gogh * Gomarus * Compeer * Gorter * Goosefoort * Goudt * Goulooze/Gouweloos (zorgeloos) * Graswinckel * de Grebber * Greeff * Greidanus * Grimelius * Grisnigt * Gronovius * Grootendorst * Grootte * Grijsaart * Grijspaerdt * Gueijsen * Guichelaar/Keukelaar (goochelaar) * Guyt * Haay * Hals * Harrewijn * Hasselaar *


Harinck * Hazewindus/Hazewindius * Haanepen * van Heemskerck * Heetebrij * Helderweirdt * Heldring * Hemelaer * Hemelinckx * Hemelsoet * Hemsterhuis * Heuckeroth * Heufft * Heusch * Heijn * Heijnderickx * Heijt * Hilarius * Hildebrand * Hindyrckx * Hobbema * Hodenius * Hoenderken * Hoet * Hollegien * Holtius * van Honthorst * Hoobroeckx * Hooft * Hoogemoed * Hoogerbeets * de Hoogh * D'hoore (erfgenaam) * Horrix * Horssius * Hortus * Hottinga * Houtbraken * van Hulle * Hurckx * Hustinx * Hutschemaekers * Huydecoper * Huydts * Huygens * Huijsheere * Icke * Isenbaert * Insinger * Jackemijns * Janknegt * Johanknegt * Jongemaets * Jonkhart * Jonkheid *

Kaakebeen * Kaasenbroot * Kaaskooper * Kaersenhout * Kakebaeke * Kanbier * Keereweer * Keersmaekers * van de Kerckhoven * Ketel * Keuris * Kien * Kinzius * Kiphardt * Kleerebezem * Kleynendorst * Kloos * Kluppel * Knegt * Knipsael * Knuyt * Kochx * Koeckebakker * Koedooder * Koopal * Koorevaar * Korselius/Korzilius * Kortenaar * Korvinus * Kraaijenzank * Kraayvanger * Kragt * Kribbekx * Kuisch * Kuijtenbrouwer * Kymmell *

Labordus * Lagcher * Lamberti * Lampaert * van Lamsweerde * Leefoghe * Leegerstee (bed) * Legemaate * Legius * Leguijt * Lemuel * Lennaerts * Lescrauwaet * Lesius * Lestestuiver * Lekx * Liedermooy * Liefooghe * Lieftinck * Liefooghe * van Lievenoogen * Lievestroo * Ligtermoet * Ligtvoet (multi) * Lockefeer * Logchies * Logt * Loncke * Loopuyt * Looyschelder * Lotichius * Lugtigheyd * Luichjenbroers * Luyf * Lijftogt * van der Lijstersangh *


Maagdeleyn * Maeghs * de Magtige * Malefeijt * Mamadeus * van Mansfeld * Marchand * de Martelaere * Massa * Matte * Maximus * Maerland * le Maire * Malefijt * Medici * Memling * Menschaar * Mercq * van Meteren * Metsu * Michanius * van Mierop * Milius * Minnigh * Miserius * Mockel * De Moerlooze (vondeling?) * Monck * Mondriaan * Monhemius * Mooyekind * Moons * Moorthaemer * Mores * Mosselaer * Mostaert * Munter * Musch * Mylius * Nachtergaele * Naebers * Naeff * Naerebout * Nagtegaal * Nagtglas * Nagtzaam * Nanninck * Neander * van Neck * Nepperus * Nettenbreijer * Nix * de Nocker * Nooitgedagt * Noordanus * Notebaert * Nugter * Nuyts * Nys *

Ockhuysen * Olieroock * Olmius * Olijff * Omtzigt * Omzigtig * Oninckx * Ontijt * Onverwagt * Oosteweeghel * Opregt * Osephius * van Ostade * Olij * Olijkan * Olijslager * Ooteman * Opgenoorth * Ouëndag * Paelinck * Paerel * Paridaen * Patijn * Pekelaer * Peeperkoorn * Pegt * Perdaens * Perquin * Persijn * Pieck * Pierson * Pinck * Pinckaers * Piscaer * Plantagie * Plantyn * Plasschaert * Pleijzier * van der Pligt * Ploegaert * Plooyer * Poelhekke * Poiesz * Pontvuijst * Pollius * Poorter * Porselijn * Portegijs * Potter * Poijck * Praet * Prevenier * Prickaerts * Prooy * Propitius * Publiekhuysen * Puffius * Putseijs * Pijck *


Raad * Raes * Rampaart * van Reede * Regtop * Regtuyt * Reubsaet/Reubzaat * de Reijcke * Reijnst * Rhodius * Ridderplaet * Riezebosch * Ripperda * Ritterbex * de Robles * Rol * Roobol * Roosenschoon * Roosgeurius * Rootbeen * Rosenquist * Rustius * Rusticus * Ruychaver * van Ruysdael * Rijckborst * Rijmer * de Rijp * Ruyl * Ruijsch * Rijzemus *

Saelman * Saeijs * Sagius * Salverius * Samplonius * Saterdag * Savelkoel * Schaepman * van Schaffelaar * Schampaert *  Scheele * Schellinx * Schenck * Schets * Schabracq * Schaakxs * de Schaepdrijver * de Schaapmeester * Schatteleijn * Schauwaert * Schimmelpenninck * Schniermanni * Schoolaert * Schoonbaert * Schoonewille * Schoonheyt * Schornagel * Schorteldoek * Schregardus * Schrickx * Schrijnemaekers * Schuttevâer * Seebregts * Seegebrecht * Seevinck * Seldentuis * Selderijk * Sevenster * Selvius * Servaes * Servinus * Sielcken * va Sikkelerus * Silvertant * Sinjoor *

van Sint Feijth * Sinx * Sitvast * Six * Slack * Slegh * de Slegte * Sloover* Slycke * Smedicus * Smout * Smytegeld * Snauwaert * Sneeuwjagt * Snellaert * Sneuijink * Snippert * Snoecks * Snijdoodt * Soecker * Soerewijn * Soet * Soetekouw * Soetensicht * Soeterboek * Soeterik * Soethaert * Sondagh (vondeling ?) * Sonnemans * van Sonsbeeck * Soonieus * Sorgdrager * van Spaendonck * Sparnaay * Sparrius * Specerij * Speelpenning * Spierieus * Spigt * Spinoza * Sporcq * Spuy * Staets * Stakelbeek * Stalpaert * Staring * Stauthardt


* Stavasius * Stockbroekx * Stocq * van Stockum * Stoelendreyer * Stoke * Sonck * Stooker * Strooper * Storck * Stroucx * Struijcken * Struisvlugt * Stumphius * de Suijck * Suur * Sustrunck * Stuyver * Suykerbuyk * Suykerland * Suys * Swaep * Swanepoel * Sweers * van Swieten * Swijnenburg * Tacq * Takx * Tamerius * Tasman * Tattje * Tengnagel * Terium * Teurlincks * den Tex * Theirlynck * Thibaut * Thorbecke * Tiberius * Titulaer * Toorenspits * Torck * Torsius * Toutenhoofd * Tresoor * Treytel * Triesscheijn * Trip * Troost * Tulp * Tuytel * van Twuyver *

Uitbeyerse * Uitvlugt * Unck * Urbanus * Urbis * Uijens * Valckenier * Valcq * Valerianus * Verberckmoes * Verdenius * Verenius * VerHuell * Verregghen * Versweyfeld *Vigelius * Villerius * Vinckx * Vingboons * Visarius * Visschedijk * Vissius * Vivien * Vlaminckx * Vleck * Vogelensang * Vollenhove * Vosmaer * Vossaert * Vrauwdeunt * Vredevoogd * Vrouwenraets * Vrijdaghs (vondeling ?) * Wadenius * Walgraeve * Warffemius * Warnsinck * Welbedagt * Weygertze * Willockx * Winnepenninckx * De Wispelaere * de Witt * Wittebroodt * Wtenweerde * Wijgh * Wijn (plus veelzeggend maar liefst 269 samenstellingen met ‘wijn’)

* Ysbrandi * IJsebaert * IJspeert * Zagt * Zoer * Zonligt * Zoomerschoe * Zoonekynd * Zoudenbalch.



Terzijde 1/ Deze namen bestonden al voor 1811 en er zijn dus geen zogenoemde  protestnamen bij. Na 1811 mochten ze niet meer worden gemoderniseerd en zijn hier opgenomen wegens aparte spelling. Maar er kunnen ook namen van tijdelijke Vlaamse expats bij zijn - het Meertens noemt die niet apart. Voor naamsverandering zie Ongunstig?/Naamsverandering



Terzijde 2/ dr. K.C. Nieuwenhuijsen onderzocht grondig kronieken, oorkonden en stadsrekeningen op de Middeleeuwse naamgeving. Hij concludeert dat " in de 13de eeuw de meeste bewoners van de Lage Landen al een achternaam hadden .... nl. 85 % van de mannen en 59 % van de vrouwen." En wel een Latijnse! De gevestigde opvatting dat erfelijke geslachtsnamen zich pas enkele eeuwen later verspreidden was dus volgens hem een jammerlijke vergissing...


De auteur noemt o.a. 'als bewijs' aangetroffen latijnse beroepsnamen met in zijn vertaling: Aurifaber (goudsmid), Candelarus (kaarsenmaker), Canonicus (geestelijke), Capellanus (kapelaan), Carpentarius (timmerman), Cellarius (kelderknecht), Clericus (klerk), Cultellificer (messenmaker), Dapifero (misdienaar), Faber (handwerksman), Formator (molenaar), Gardianus (wachter), Monachus (monnik), Molendinarius (molenaar), Parchamentarius (perkamentmaker), Pellificis (bontwerker), Phisicus (arts), Piscatoris (visser), Pistoris (bakker), Plebanus (plebaan), Prepositoris (proost), Procuratoris (procureur), Sacerdotis (priester), Scabinus (schepen), Scultelus (rechter), Textoris (wever) en Vector (vrachtschipper).


Behalve Faber met 6.083 naamdragers zijn ze allemaal uitgestorven. Maar ze hebben nooit bestaan als van vader op zoon doorgegeven geslachtsnamen en werden alleen vermeld als het beroep voor verduidelijking bij iemands toen gebruikelijke voornaam in een zakelijk, in het latijn gesteld, geschrift. Helaas bedenkt Nieuwenhuysen dus nepnieuws.