Bijzondere Achternamen
'Digitaal Erfgoed'

 

 

Vechten

Het waarschijnlijke nageslacht van de gevierde vaderlandse held (‘dan liever de lucht in’) luitenant ter zee Jan van Speijk telde in 1947 nog vier personen en in 2007 nul. De in de Javazee tegen Japan in 1942 gesneuvelde schout-bij-nacht (‘ik val aan: volg mij’) Karel Doorman heeft daarentegen nu 220 naamgenoten. Multi’s zijn Krijgsman (3.311) * (van der) Pijl (man) met 3.196 * (de) Krijger (2.458) * Admiraal (2.151) * (van der) Bom (1.887) * Kruit (1.631) * Piek (1.469) * Commandeur (1.360) * Rebel (1.306) en Majoor (1.173). 


De namenoogst valt tegen. Merkwaardig - minder strijdlustig dan de grote Europese naties had onze republiek zich nooit van de Spaanse en de Franse koningen vrijgevochten en een geslaagde invasie op Engeland uitgevoerd. We hadden in de Gouden Eeuw een imposante zeemacht en een groot leger. Maar de naamgevingsgolf was kennelijk al ouder. 

Alarm * Armee * Bom (multi) * Braafhart * Buit * Bunker * Campagne * Citadel * Compagnie * Dapper * Dienst * Doel * Eereveld * Fort * Garde * Gehoorzaam * Gendarme * Generaal * Genie * Getrouw * Glorie * Granaat * Held * Helm * Hero * Huurling * Kader (onderofficieren) * Kameraad * Kanon * Kapitein * Kardoes * Karabin * Kerrebijn * Kloek * Koelbloed * Kogeldans * Kogels * Kommandeur * Kompagnie * Kornet * Korporaal * Kruit * Krijgsheld * Lader * Leger * Lijk *

Maarschalk * Macht * Majoor * Marine * Militie (burgerstrijders) * Moed * Moedig * Moreel * Mortier * Muiter * Officier * Oorlog * Overste * Panzer * Patroon * Patroulje * Piket * Provoost * Raket * Rang * Roof * Ritmeester (kapitein bereden wapens) * Roem * Schiet * Schildwacht * Schroot * Schutter * Sergeant/Sargeant * Slagveld * Soldaat * Staf * Stelling * Stormen * Strijd * Strijder * Strijdhaftig *  Stuk (geschut) * Tank * Trouw * Vechter/Vegter * Veldheer * Veldslag * te Velde * Verwoest * Victorie * Vrede * Waakzaam * Wachtmeester (sergeant bereden wapens) * Wakker (dapper) * Wedde (salaris officieren) * Weerstand.


En van de oorlogen van vroeger - afgezien van multi’s als (de/van der) Bijl met 8.235 en afleidingen als Botbijl en Hakbijl * Piek met 1.468 * (van der) Pijl met 2.965 * Spies met 1.467 * Kasteel (met 9 afleidingen 1.140) - vaak van beroepsmilitairen:

Armborst (kruisboog) * Armee * Armknecht * Banier * Bazuin * Beukelaar (slagwapen) * Blaaspijp * Bolwerk * Boog * Boogschutter * Brander (brandschip) * Bres * Buit * Bussemaker/ Bosgieter (o.a. kanongieter) * Castelen * Degen * Dolk * Fierenbras (sterke arm) * Fuselier * Geus (plus 23 afgeleiden) * Harnas * Helmstrijd * Heraut * Hoezee * Huurling * Kaper * Kartouw (kanon) * Kasteel * Kerrebijn (karabijn) * Kling * Knods * Kogeldans * Kogelmaker * Konstabel (artillerist ter zee) *

Kruitwagen * Krijger * Krijgh * Krijgsman * Kulas * Kuras * Lans * Lont * Margadant (duits marckadant = marketenter, mobiele winkel bij legers) * Mineur (mijnenlegger) * Musketier * Onverzaagt * Piek * Poerstamper (buskruitmaker) * Rampart * Ravelijn * Rondeel * Rijpaard * Sabel * Schans * Schansman * Scheurkogel * Schietgat * Schild * Schildknecht * Snaphaan * Spaarkogel * Speer * Spies (multi) * Springbom * Stouthard * Tamboer * Trommel * Trompetter * Tros * Weergang (vechtgang van kasteelmuur) * Vaandrager * Vendel * Vendrig * Viking * Vuurpijl * Zwaard * Zwaardemaker * Zwaardveger (wapenslijper).


Varen

De supermulti is (de)Visser/Visscher die met 61.218 in de Toptien Achternamen zit.  Voor de hand liggen ook Schipper(s) met 15.629 * van der Veer incl. afgeleiden met 10.634 * (van der) Sluis/Sluijs en Versluis (8.080) * (van/van der) Zee (6.180) * Veerman (4.470) * Boot (4.266) * Buis # (3.439) * Nauta (2.802 < Schipper) * (de, van de/der) Water 2.758 * Wind (2.519) * (van der) Schuit/Schuyt (2.400) * Bootsma (1.866) * Kaptein (1.819) * Zeeman (1.781) * Maat (1.718) * Mast (1.695) * (van den) Anker (1.665) * Schuitemaker (1.329) * Baak (1.310) en Stuurman (1.113). Merkwaardig kort lijstje – de naamgeving was blijkbaar haast voltooid toen we grootscheeps ter koopvaardij voerden. De pakweg 40 scheepstypes uit de zeilvaart kregen een #. Verder scheepstermen, de meeste kort – recht door zee - net als de orders aan boord. De bemanning moest direct op de wind reageren, zoals je nu zeilen leert.


Aak # * Aalvanger * Aardewater * Angevaren * in 't Anker * Ankersmid/Ankersmit * Ankervaart * Avery * Bakboord * Baken * Ballast * Bark # * Barkas # * Beun/Bun  (natte kist voor gevangen vis) * Bezaan (klein achterzeil) * Blazer # * Boeg * Boei * Bol # * Bolder * Bom # * Bootsgezel * Bootsman (operatieve chef) * Botter # * Brander # (varende brandbom) * Breeuwer * Breeuwsma * Brik # * Bijdemast * Compas * Constapel/Constabel/Konstapel (scheepsartillerist) * Dek * Dobber * Doft * Dok * Dreg * Drinkwater * Drijfhout * Duiker * Dunnewind * Engelvaart * Fok (voorzeil) * Fluit # * Fust # * Gaffel * Galjoot # * Gondel * Grundel # * Gijpen (overstag gaan) * Hacquebord # (versierde plecht) * Hagenaar # * Haven * Havenstroom * Hek (kont van schip) * Hengst # *

Heude # * Hoezee * Hoogaars # * Hoogenboezem (polderringvaart) * Hoogwater * Hoosman * Houdewind * Hulk # * Jol # * Kaag #  * Kaan # * Kaaij * Kabel * Kano * Kaper * Kajuiter * Keen # * Kempenaar # * Keulenaar # * Kiel * Kits * Klipper # * Kloet * Kluiver (tweede voorzeil) * Kof # * Kog # * Kotter # * Kraak # * Kruisen (tegenwinds varen) * Kuip (stuurplek) * Kust * Kwak # * Kwee # * Laagwater * Leegwater * Lek * Lens * Lenzen * Loef * Leuver (ringetje voor zeil aan stag) * Lichter * Loef * Loods * Logger # * Lijn (touwen aan boord) * Mastemaker * Matroos * Mui (ondiepte) * Navis * Net * Nevenzee * Noordzee *


Onderwater * Otter # * Overtoom (dam-overhaal van schepen) * Overwater * Overzee * Paai (oudere matroos) * Pampus * Pinas # * Pink # * Plas (multi) * Plat # * Plecht * Pleit # * Plomp # * Pluut # * Poldervaart * Pont * Ponton * Poon # * Pot # * Praamsma * Pui # * Punter # * Rak * Reder * Ree * Reede * Reef * Regtdoorzee * Riem * Roef * Roer * Ruim * Scheepbouwer * Scheepmaker * Scheepvaart * Scheurwater * van ’t Schip * Schipaanboord * Schipma * Schippereijn * Schipperheyn * Schipperrijn * Schipperen * Schipvaart *

Schoener # * Schoep * Schokker # * Schoonwater * Schoot (lijn om stand van zeil te regelen) * Schouw # * Schuitema * Schuiteman * Schuitemaker * Schuitevoerder * Schuitsma * Schuitvlot # * Schuttevaar * Sein * Sleper * Sloep * Smak # * Snik # * Spits # * Spriet * Springvloed * Steiger * Steven (schipboeg) * Stormen * Stroom * Stuwer * Tanker * Tjalk # * Tros (vastmaker aan wal) * Uitzetter (van net in zee) * Vaart * Vaarwater * Val (zeilhijser) * Veer * Verswater * Visserman * Vlag * Vlet # * Vletter * Vloed * Vlot * Vlotman * Vlootman * Voor de Wind * Voordewind * Vreugdewater * Wal * te Walvaart * Want (tuigage: zeilen en lijnen) *

Water * Waterbolk * Waterdrinker * Waterhout * Waterlander * Waterloo * Waterloos * Waterman * van de Waterplas * Waterreus * Waterval * Waterweg * Welvaart * Werf * Westervaarder * Wildwater * Wimpel * Zeeboer * Zeefuik * Zeehandelaar * Zeekant * Zeerijp * Zeestraten * Zeevaarder * Zeevaart * Zeevaert * Zeevalking * Zeil

maker *  Zeiler * Zeilstra * Zinken * Zwaard (wisselende kiel platbodem schepen) * Zwemmer * Zijlemaker * Zijlvaart.