Bijzondere Achternamen
'Digitaal Erfgoed'


Toch wel raar - Naamsverandering - Schaamnamen - Duitse, Franse, Engelse schaamnamen - Leuk bij de buren - Ongunstig light - Benno Baksteenlijst - Bargoens en straattaal


Toch wel raar

Sommige namen kunnen worden ervaren als onwelvoeglijk, ook schaamnamen genoemd. Je zit er aan vast, maar de Staat biedt hulp bij het veranderen van als ‘bespottelijk of ongepast’ ervaren namen. Er zijn echter strenge voorwaarden en de kosten bedragen € 835, en 1.670 inclusief de namen van kinderen, te voldoen bij de aanvraag en niet terug te betalen bij een weigering van het verzoek. Dit dekt de kosten van wijziging van veel overheidsadministraties. ‘Screeningsautoriteit’ Justis van het Ministerie van Justitie en Veiligheid geeft online drie toegelaten voorbeelden: Poepjes, Niks en oogarts Blind.

De meeste aanvragen komen tegenwoordig van kinderen na een vechtscheiding van hun ouders of bij een besmette naam door een voor een misdrijf veroordeelde ouder. Vaak zijn het veranderingen van de vadersnaam naar die van de moeder. Veranderd mogen ook veel voorkomende namen worden die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, zoals Schilderbedrijf De Vries, waarvan er meer zijn. Verder komen moeilijk uit te spreken namen - zoals Grzska - in aanmerking. Het aantal goedgekeurde aanvragen nam toe van 1.269 in 2012 tot 2.057 in 2018, met 349 afgewezen verzoeken in dat jaar.


Okee, er zijn legio grappen als chirurg Snijdoodt, tandarts Boor, opticien Schele, groenteboer Rot, autodealer Pech, verhuizer de Breker, wasserij Vlek, aannemer Sukkel, journalist Flater, advocaat Sul, boekhouder Roof, huidarts Uitslag en ga  door. Maar toch. Soms begrijp je niet wat de vereerde voorouderlijke naamgevers bezielde – of gooiden ze in 1811 de kont tegen de krib? Zo van wij hoeven geen achternaam en al helemaal niet omdat de keizer ons registreert en zo onze zonen vindt om op Europese slagvelden af te laten slachten. En dat gebeurde ook. Smerige dictator-streken! Hoewel... koning Willem I schafte de nieuwe  burger-administratie niet af, al was het alleen maar omdat hij de militaire dienstplicht ook handhaafde.


Als levend voorbeeld de verwarrende naam AB (61 personen), in andere takken A B (10) en A.B. (37). Het Meertens denkt aan protestopgaven in 1811 met de eerste letter van een voornaam plus die van een achternaam. Je zult er mee blijven zitten en het eeuwig moeten uitleggen... sorry, maar ik zou het wel weten.


Naamsverandering

De huidige wet schrijft toevoegen of verwijderen van enkele letters voor. Zo kende ik een meisje Piek dat mij vertrouwelijk vertelde dat haar familie vroeger Pik heette. Een geslaagde omzetting: er zijn nu 1.468 Piek's en nog maar 143 Pik's * Minder radikaal ging het toe bij het geslacht Piel. Daarvan waren er in 2007 nog 80 over, tegen Piël met 55 * Van Sul nog 55 tegen Silven 40 * En van Hetterschijt 87 tegen Hetterschij maar 11 * Een tak Water kon er niet mee leven en veranderde in Aardewater (nu 0) * En Koetje (464) werd Koethe (<5) * In 1974 veranderde Omhof (6) als spijtoptant in Mozes (totaal 283 waarvan 176 joods) * En in 1972 werd de afkorting Cvkr (<5) eindelijk een woord: Zwerk (5).

Goed gelukt is Hardebil (nu nog 8) naar Hardebol (nu 83) en helemaal bij Pies (0) naar Piëst (27) * Idem Aap (0) al in 1886 naar Davids (1.216) * Van der Bil heeft er nog maar 9 tegen van der Bilt 508 * Ook geslaagd is Pooijer (5) naar Mooijer (380) of van Pooij (28) * Pil (127) werd in 1973 van Esburg (7) - na een echtscheiding misschien? * Zo ook van Kip naar van Halvelmonde? * Ooit hoorde ik over een gezin de Pijper met drie dochters – en deden die er iets aan, vroeg ik - ‘Jazeker, ze trouwden zo vlug mogelijk’ * Mijn Carla had een klasgenootje Piederiet (53) dat het heel erg vond. Ze wilde het veranderen in Piéderié, wat niet is gebeurd * Uithol heten nu 360 mensen en van de veranderaars in 1976 in Uithoof zijn er nog 6. 


Overigens begrijp ik niet dat iemand die met alle geweld van zijn naam af wil, geen radicale wijziging mag - zolang het geen bestaande naam wordt. Het doet niemand kwaad en het wettelijke reglement riekt naar bevoogding. Niet altijd: de cabaretier André van Duin heette bij zijn geboorte in 1947 Adrie Kloot (nu 185 naamdragers) en zijn vader liet dat in 1959 afdoende in Kyvon (20) veranderen. Een andere tak Kloot werd Cluister (< 5) * Sinds 1968 heet een familietak Naaktgeboren (met 618 standvastigen) Radenborg (18) * In 1973 werd een takje Kwaak (174) van Nalta (6) * Ooit werd Vorbrock (lendendoek) Perizonius * En in 1971 veranderde Etter (<5) in Ettenis (0) * Ooit werd Februwei (0) Feberwee (81).

Faut (frans: valsaard) (28) werd in 1980 Faun (< 5) * Een tak Quee (66) maakte er wegens de klank 'kwee' (geen man en geen vrouw) Querens (6) van * In 1977 veranderde een tak Wortel (nu 871) - kinderen na een vechtscheiding misschien - in van Neerland (<5) * Ooit werd Wants (5) creatief vertaald in Zomerplaag (23) * van Geilswijk (60) werd vergeefs van Gulswijk (0) * Boertje (380) werd Boertien (690)  * Hoppezak (88) werd in 1977 deels Hefkens (11) * Rothuizen (288) werd succesvol Rodenhuis (561) * Sukkel (255) werd Suel (maar 5) * een takje Uithol (360) werd in 1976 Uithoof (6).

Takken Gladpootjes (82) werden van Callinge (<5) en Gladon (43) * En de romanschrijver Pannekoek koos na veel boeken als achternaam zijn pseudoniem Langen, waarschijnlijk omdat hij zo vaker werd genoemd. * Ooit noemde zich een familie Bil (nu florissant met 424) zich Bilius (17) uit deftigheid * In 1972 veranderde een opstandig takje Soepnel (49) zich in Subnel (15) * Nog steeds floreert de multi Hol (o.a. aars) onbeschadigd met 3.396 naamdragers - nette mensen denken niet in straattaal * en nu is de leuke naam Corona plotseling met afstand de ergste.

Leendert Brouwer vermeldt omzettingen uit het verleden waarvan het origineel (met #) is uitgestorven: Copin # = Koppijn * Fassbinder # = Vastbinder * Pilgenroth # = Pielkenrood * Wong Lua Hing # = van Wolingen #.  

Als de kennismaking klikt is iemands achternaam plotseling onbelangrijk: je bent alleen voor onbekenden of vijandigen je achternaam. Verder is de betekenis van woorden nu soms ongunstiger en dat wisten de oude naamgevers niet. Geneert je familienaam je - je bent er toch aan gehecht en je hoeft je geen twee keer voor te stellen want iedereen onthoudt het vast wel. De dierbare voorouders konden er immers ook mee leven. Veranderen voelt als ontrouw aan je naaste familie, dus so what? Honi soit qui mal y pense.  Ik heb respect voor de dragers van een naam met een vlekje. Ons lijstje is mogelijk wat overgevoelig en er is bovendien al heel wat weggeregeld. Zie ook online 40 Onwelvoeglijke achternamen.


Schaamnamen

Aars * Aarsman * van Achteren * Amoraal * Balneger * dubbel erg is Balnikker,  jammerlijke omzetting van Zwitserse naam * Beffers * Beffert * Beffie * Berkepies * Bil * van der Bil * ter Bille * Billekens * Billen * Blotevogel * Bloot * Boef * Borsten * Bouter * (van den) Braak * Braakhekke * Braakman (multi) * Braaksma (multi) * Braken * Braker * Breesnee * Corona (gruwelijk chinees virus) * Dellen (sletten) * Dinges (naamloos iets of iemand) * Dirken * Dolleman * Dood * Dodeman * Doden * Doodeman * Doos/Doosje (vagijn) * Drel (vunzige vrouw) * van Drogenbroek * Eikel * Etter * Fack * Fielt (schurk) * Focking * Fokken * Fokking * de Folter * Fukken * Fukker * Fukking * Fukkink * Gatsma * Geil * Geilen * Geiling * Geilman * Geilvoet *

Gerrits bijgenaamd Pik * van Gisteren * Glans (peniskop) * Griezel * Grotezak * van Gulp * Hardebil * Heil (nazigroet) * Hennep * Hetterschijt * Hoer * Hoeren * Hoezoo * in 't Hol * Holhaar * Hork * Jabroer * Kak * Kakma * Keesmaat * Kinds (dement) * Kinkel * Kloot * Klootwijk * Kolder * Komtebedde * Kont * Koppelaar * Kots * Krikken * Krols * van Kutsem * Kutschruiter * Kutter * Kutterik * Kwak (sperma) * Kwee (geen man en ook geen vrouw) *

Leep * Lues (een soa) * de Lul * Lijk * Mal (gek) * Meuren (scheet laten) * Naaktgeboren * Naayen * Naayer * Naaijkens * Nar * Neukermans * Onan (zich aftrekken) * Palen * Peeze * Pestman * Pezer * Piel * Pielage * Pieler * Pielkenrood * Pielman * Pielmeier * Piels * Pielstroom * Pieltjes * Pies * Piest * Pik * Pikhaar * Pikkemaat * Pikstra * Plas (multi) * Plasman * Plassen * Platje * Pleevoet * Poepenborg * Poepe * Poepjen * Poepjes * Potjewijd * Pooijer * Prooi * Pijpen * Pijpenbroek * de Pijper * Pijpers * Pijpstra *

Rapalje (gepeupel) * Rat * Reterink * van Reet * Riool * Rompies * Rot * Rotte * Rotteveel * Rotman * Rotmensen * Rukkers * Rijstenbil * Sas * Sassen * Sasser * Scheede * Schele * Schendstok * Schenning * Schuin * Simpel (onnozel) * Slap * Smalbil * Slaaf * Sletbeen * Slettenhaar * Slettenaar * Snijdood * Soa * Spillebeen * Spleet * Spook * Struikelblok * Stijve * Sukkel * Sul * Tepel * Tiet * Tietema * Tiethof * Tietje * Tietjens * Tippel (stoephoer) * Trutmans * Uitenbroek * Volbroek * Vollebroek * Vuil  * Windgassen * Wip * Wipper * Zak * Zweetbroek.

Het komt neer op intieme lichaamsfuncties of -verrichtingen en dat soort scheldwoorden of afleidingen die als familienaam vreemd overkomen. Zie ook hieronder /Bargoens. En zie vooral /Amoureus.


Er zijn ook tragische oorzaken voor een verzoek tot naamverandering, bijv. door een slachtoffer van incest. Gaat niet zomaar: een onafhankelijke deskundige moet schriftelijk verklaren dat er sprake is van ernstige psychische en/of fysieke schade.


Bij de naaste buren bestaan ook besmette namen (o.a. van Duitse nazileiders in de vorige eeuw, met een #). Maar de Engelstaligen doen niet moeilijk - je gelooft soms je ogen niet - terwijl de Fransen discreter zijn. Bij de Britten een stiff upper lip : rare naam nogal - doe of je het niet hoort. Onderzocht of hier naamsverandering moeilijk en/of duur is heb ik niet. Het gaat hier alleen om buitenlandse namen in ons land, deels in straattaal en evt. vertaald:


Duitse schaamnamen

Bauernfeind (vijand van boeren) * Biedermann (kleinburgerlijke man) * Blöd (stom) * Borrmann # * Dickhaut (dikhuidig) * Dirne (sloerie) * Doof  (imbeciel) * Dreckmann ( Dreck = stront) * Dummer (dommer) * Eichmann # * Ekel (walging) * Faul (verrot) * Feig (laf) * Feind (vijand) * Feierabend (sluitingstijd) * Ficken (neuken) * Ficker (neuker) * Flau (slap, sloom) * Flegel (vlegel) * Frech (brutaal) * Fressen (vreten) * Führer # * aus der Fünten # * Geilkopf * Gemein (gemeen) * Göbbels # * Göring # * Graulich (gruwelijk) * Greulich (griezelig) * Grob (grof) * Habenicht (armoedzaaier) *

Hass (haat) * Heidrich # *  Henker (beul) * Hess # * Himmler # * Irrgang (dwaalweg) * Ketzer (ketter) * Kitsch * Klotz (lomperd) * Knebel (knevel) * Knülle (dronken) * Kot (stront) * Kotz (kots) * Krach (kabaal) * Krank (ziek) * Kraut (Engelse scheldnaam voor Duitsers WO II, komt van Sauerkraut = zuurkool) * Krebs (kanker) * Krieg (oorlog) * Kunkel (oud wijf) * Krummfuss (kromvoet) * Krummnack (kromnek) * Lachnicht (niet lachen) * Lages # * Leider (helaas) * Luder (loeder) * Mangel (gebrek) * Männchen (mannetje) * Neuefeind (nieuwe vijand) * Potz (potztausend = sodeju!) * Prasser (losbol) * Proll (proleet) * Puff (bordeel) * Puppe (sletje) *

Putz (idioot, kleuter, piemel) * Quadfass (kwaad gebroed) * Rauh (grof) * Raus (rot op !) * Rauter # * Rothweiler (fout hondenras) * Sau (zeug) * Schacht # * Schädlich (schadelijk) * Schleimer (kontlikker) * Scheu (schuw) * Schimpf (belediging) * Schlemmer (snoeper) * Schlich (rotstreek) * Schlicht (eenvoudig) * Schlimm (slecht) * Schlimmer (slechter) * Schwanz (piemel) * Seyfardt # * Speer # * Speidel # * Spitzel (spion) * Streicher # * Stumm (stom-niet sprekend) * Stur (koppig) * Sünder (zondaar) * Tausendfreund (allemansvriend) * Teufel (duivel) * Tod (dood) * Troll (gemeen skandinavisch dwergwezen) * Ungemach (bezoeking) * Unkraut (onkruid) * Windig (onbetrouwbaar) * Zuhälter (pooier) * Zwang (dwang).



Franse schaamnamen

Alphonse/Barbeau/Baudet (pooier) * Baiser (kussen/neuken ) * Baudet (ezel) * Boche (mof/nazi) * Bordel (bordeel) * Brute (wreedaard) * Caca (poep) * Chanteur (afperser) * Chatte (kutje) * Cocu, le Cornu (bedrogen bedpartner) * Con (oerstom) * Fauve (wild dier) * Folie (krankzinnig) * Fric (geld) * Haine (haat) * Harlequin (clown) * Louche (onbetrouwbaar) * Malade (ziek) * Malcontent (ontevreden) * Malcorps (mismaakt) * Merde (stront/gvd!) * Mineur (minderjarige) * Mordant (schamper) * Mouche (vlieg) * Nana (straatmeid) * Nue (naakt) * Panne (pech) * Pique (ruzie) * Rapaille (rapalje) * Rude (ruw) * Sauvage (wildeman) * Triste (bedroefd) * Vieillard (bejaarde) * Vilain (lelijkerd) * Zizi (piemel) * Zut (potdorie!) .


Engelse schaamnamen

Anal (anale seks) * Anger (woede) * Arsenic (rattengif) * Bang (neuken) * Barb (rotopmerking) * Barf (braaksel) * Basher (ruziezoeker) * Beaver (vrouwelijk schaamhaar) * Beggar (bedelaar) * Bimbo (dom blondje) * Bladder (blaas) * Blunt (afgestompt) * Bogus (verzinsel) * Bollock (testikel) * Boner (stijve) * Booty (sexy kont) * Brat (kleuter) * Brute (wreedaard) * Buff (naakt) * Bum, Butt (kont) * Bunk, Bull (nepnieuws) * Bust (boezem) * Buster (gozer) * Can (wc, gevangenis) * Carrion (kadaver) * Chap (kerel) * Cherry (kers, maagdenvlies) * Chick (mokkeltje) *

Cock/Dick/Dong/Prick (piemel) * Coffin (doodskist) * Common (ordinair) * Copper (politieagent) * Coward (lafaard) * Craven (laf) * Cronk (lelijkerd) * Crook (crimineel) * Crude (grof) * Cruel (wreed) * Cumming (klaarkomen) * Cuss (vloeken) * Cutter * Demon (boze geest) * Dick (pik/detective) * Dike (manlijke lesbo) * Doom (doem) * Downer (euforiedrug) * Dude (kerel) * Dump (afvalberg) * Dung (drek) *

Fack (fuck) * Fail (falen) * Faker (bedrieger) * Fanny (kutje/kontje) * Fink (verklikker) * Folly (dwaas) * Fool (stommeling) * Fudge (snoep/nep) * Funk (lafbek) * Fuss (gedoe) * Gamble (gok) * Gang (bende) * Gay (homo) * Geek (nerd/fanaat) * Gory (bloederig)*


Grabber (graaier) * Gross (banaal) * Gutter (goot) * Hacken (idem) * Hag (ouwe heks) * Harm (schade) * Hazard (risico) * Henchman (handlanger) * Hick (boerenpummel) * Hobo (zwerver in USA) *Hoe/Hooker/Moll (hoer) * Hogsflesh (varkensvlees) * Horsey (paardachtig) * Hot (geil) * Hug (omhelzing) * Humble (van eenvoudige afkomst) * Hun (Duitser WO I) * Hurt (pijn) * Jerry (duitser WO II) * Junk (drugverslaafde) * Killer * Lecher (wellusteling) *  Leech (bloedzuiger) * Less (minder) * Loner (solitair) * Loo (plee) * Loot (buit) * Loss (verlies) * Lurker (loerder) * Lynch * Mack (pooier) * Malcontent (ontevreden) * Madder (gekker) * Mean (gemeen) * Moody (chagrijnig) * Moron (idioot) * Muff (kluns) * Muff, Puss, Slit (kut) * Mug (smoel) * Murphy (wet van, alles wat fout kan gaan doet dat ook) * Nick (gevangenis) * Nuts (gek) *

Pagan (heiden) * Pain (pijn) * Pander (koppelaar) * Parkinson (enge ziekte) * Pee (plassen) * Petty (kleinzielig) * Popper (een drug) * Porn (porno) * Prick (opschepper/penis) * Pun (woordspeling) * Punter (gokker) * Quirk (rare hebbelijkheid) * Raper (verkrachter) * Rot (vervuild) * Rotter (rotzak) * Sad (droevig) * Savage (wildeman) * Sick (ziek) * Sin (zonde) * Sinner (zondaar) * Slaughter (slachting) *  Slump (beurskoersdaling) * Spit (spuug) * Stalker (afgewezen minnaar) * Strange (vreemd) * Stroker, Wanker (afrukker) * Sucker (lulletje) * Suckling (zuigeling ) * Swank (opschepper) * Tit (tiet) * Tits (tieten) * Toff (branie) * Vandal (vandaal) * Villain (rotzak) * Wank (snoever) * Zilch (niks).


leuk bij de buren

Aufrichtig (oprecht) * Bauernfreund (boerenvriend) * Biedermann (fatsoenlijk mens) * Ehrlich (eerlijk) * Elflein (elfje) * Erblich (erfelijk) * Feiertag (vakantie) * Fein (voornaam) * Freiherr (baron) * Freilich (wel degelijk) * Freude (vreugde) * Freundlich / Freundlieb (vriendelijk) * Fröhlich (vrolijk) * Fruchnicht (wees niet bevreesd) * Glück (geluk) * Gutgesell (goede gezel) * Gutheil (beterschap!) * Heim (thuis) * Höflich (beleefd) * Immerglück (altijd mazzel) * Junker (edelman) * Keusch (rein/kuis) * Kitzelmann (kitzel = liefkozing) * Kleinsorge * Kühn (stoutmoedig) * Klug (verstandig) * Klugheit (wijsheid) * Kurzweil (leuk) * Kuss * Lecker (lekker) * Liebchen (liefje) * Liebe * Lieben  * Liebeskind * Liebherr * Mut (moed) *

Mutti (mammie) * Ohnesorge (zonder zorg) * Profittlich (profijtelijk) * Reinhart (dapper) * Reiz (charme) * Sauber (zuiver) * Schatz (schatje) * Schlemmer (lekkerbek ) * Schön * Schönherr * Schönekerl (mooie kerel) * Schönknecht * Schönwetter (mooi weer) * Selig (zalig) * Schlemmer (smulpaap) * Scherz (humor) * Sieger (overwinnaar) * Sorgenfrei (zorgeloos) * Sorgenicht (geen zorgen) * Süss (zoet/liefelijk) * Toll (geweldig!) * Trauernicht (treurniet) * Trefflich (perfect) * Treuherz (goed hart) * Tugendhaft (deugdzaam) * Überfluss (overvloed) * Vortrefflich (uitmuntend) * Witz (grap) * Wunderlich (wonderlijk) * Zart (teder) * Zierfuss ("siervoet"). 


Beau (mooi) * Bienfait (weldaad) * Bienvenu (welkom) * Bonheur (geluk) * Cachet (gedistingeerd) * Champion (kampioen) * Charité (liefdadig) * Charmant * Comfort * Coulant (schappelijk) * Courage (moed) * Courtois (hoffelijk) * Dauphin (kroonprins) * Dieu (god) * Empereur (keizer) * Galante (galant) * Fric (geld) * Jolie (mooi) * Gentil (aardig) * Mignon (liefje) * Nana (jonge vrouw) * Paradis (paradijs) * Patience (geduld) * Plaisir (vreugde/genot) * Prudente (voorzichtig) * Puissant (machtig/vermogend) * Sacré (heilig) * Santé (gezondheid) * le Sage (de wijze) * Sauveur (verlosser) * Vaillant (dapper)


Angel (engel) * Batman * Bliss (vreugde) * Boffin (slimme wetenschapper) * Broad (vrouwmens) * Brotherhood (broederschap) * Buddy (kameraad) * Buss (kusje) * Champion (kampioen) * Chap, Guy (kerel) * Charm * Cheers (proost!) * Cleverly (slim) * Clout (invloed) * Content (tevreden) * Coy (koket) * Darling (lieveling) * Dear (beste) * Deary (schatje) * Dude (kerel) * Fatty (dikzak) * Fit * Flapper (tienermeisje jaren 1920) * Free * Friendship * Fun (pret) * Gallant (dapper) * Gay (vrolijk/homo) * Gaylord (vrolijk heerschap) * Gentle (adellijk) * Glad (blij) * Glory (glorie) * Goodenough (goed genoeg) * Goodfellow (goeie kerel) *

Hardy (flink) * Holy (heilig) * Honey (schat) * Hot (sexy) * Hug (knuffel) * Innocent (onschuldig) * Jolly (plezierig) * Joy (vreugde) * Keen (scherp) * Kiss * Knight (ridder) * Lass (meisje) * Lord (adellijk heer) * Love * Lover (minnaar) * Noble (nobel) * Parson (priester) * Petty (onbelangrijk) * Pope (paus) * Pretty (mooi) * Rich (rijk) * Sir (mijnheer) * Sleek (goed verzorgd) * Slender (slank) * Smart (slim) * Squire (landjonker) * Suckling (zuigeling) * Sweet (lief/zoet) * Swift (vlug) * Toff (sjiek heerschap) * Tough (sterk) * Tutor (docent) * Viceroy (onderkoning) * Virgin (maagd) * Wisdom (wijsheid) * Witty (geestig).


Ongunstig Light                           

Ongunstig light bestaat ook. Lokt onderdrukt glimlachen uit, maar de familie kan er mee leven – het dierbare voorgeslacht vond het kennelijk niet erg. Een beetje typisch toch en bij sollicitaties e.d. ga je wel met de billen bloot. En in het dorp of stadsbuurtje kende je elkaar op bijnaam, beroep of eigenschap. Multinamen ontdekte ik hier niet - behalve de onschadelijke Hummel met 2.396 dragers en de onaangename Bot (2.068), ook een vis. Botter (1.099) is nog erger, maar zeker een vissersschip. Er is nog Kraak met 1.711, ook een historisch vaartuig en bovendien een mythisch zeemonster. Nouja.


Ook werd de afkeer van de namenwet van Napoleon soms ongestraft verwoord met een rare achternaam. Eeuwenlang was zo'n toevoeging overbodig, eigenwijs en verwaand. Iets voor ander soort mensen, bekakte stadsen of lui van hogere stand. De lijst:


Aanstoot * Aasman * Achterop * Alarm * Alleman (iedereen) * Amoraal * Angst * Babbel * Bagger * Bah * Balen * Ballemans * Balneger * Balnikker * Banga (slet) * Bangert * Bar * Barrevoets * Bars * Basta (stop!) * Bastert (bastaard) * Bazelmans * van Bebberen * Bedel * Beduvel * Beguin (dwaas) * Bek * Bende * Bengel * Berkenpies * Bes (oud vrouwtje) * Beu * (de) Beul * Beulen * Beunen (onbevoegd klussen) * Beuzel (leugenpraat) * Beven * Bilstra * Bilterijst * Bitter * Bits * Blaas * Blaffert * Bleek * Bleuanus * Blindeman * Bloos * Bloten * Blufpand * Boedeltje * Boetekees * Boevenbrink *

Bonthond * Boos * Boosman * Borrel * Borstlap * Boterham * Bots * Boutkan * Brals * Breekweg * den Breker * Breuk * Brillemans * Brokken * Brommer * Broos * Brul * Buikema * Buikstra * Bulder * Burgerman * Bijster * Crimi * Daas (druk iemand) * Dobbelaar * Dodeman * Dodemond * Doedel * Doetjes (sulletjes) * Dof * Dol * Dolleman * Dollevoet * Dom * Dombroek * Dommer * Domper * Doods * Doof * Doolhof * Dopper (werkloze in crisis 1929) * Dorregeest * Dorrepaal * Dorst *


Drektraan * Dronkert * van Drogenbroek * Dubbel * Duel * Duister * Duistermaat * Dul * Dulle (maf) * Dun * Dunnebier * Duurkoop * Dwaalster * Dwaaslicht * Dwars * Dwinger * Eelzak * Ei * Eiser * Eng * Engeman * Enger * Etter * Euvelman * Faken * Feutjens * Fielt * Flater * Fleer * Flemer (slijmerd) * Flutman * Foei * Fokken * de Fokkert * Folterman * Foppen * Friemel * Frik (pietluttige onderwijzer) * Foppen * Franje * Futselaar (beunhaas) * Fijnebuik *

Gal * Galgenbeld * Gammel * Gatjens * Geniets * Gering * Geval * Giebelen (meisjesgegiechel) * Giller * van Gisteren * Glans (o.a. peniskop) * Goedkoop * Goor * Goorhuis * Gorenstein * Graf * Grafhorst * Grauw (gepeupel) * Grief * Griep * Gril * Grim * Grof * Groos (verwaand) * Gruwel * Grijns * Grijp * Guit (deugniet) * Gijzelaar * Haast * Halfwerk * Hakkel * Halfwerk * van Haperen * Hardebol * Heetwinkel * Hekel * Heling * Herrie * Hetebrij * Hetterschijt * Hobbezak * Hoezoo * Hokken (samenwonen) * Holsnijders *


Honds * Hongerbron * Hongerkamp * Hoogmoed * Hoon * Hork * Horrevoets * Hottentot * van Hummel * Janken * Jassies * Jennen * Jeuk * Jeuken * Jeukendrup * Joch * Jojo * Jokker * Jut * Kaal * Kakel * Kakkenberg * Kaler * Kamper * Kattevilder * Kallen * Keet * Kerker * Kermen * Keten * Keuvelaar (babbelaar) * Kibbel * Kil * Kinds (dement) * Kinkel (botterik) * Kitsch * Klacht * Kladder * Klager * Kleinmoedig * Klem *

Kleuter * Klever * Kliek * Klier * Kloots * Klootwijk * Klos * Kloters * van der Klucht * Klungel * Kluts * Knarren * Knieper (vrek) * Knel * Knies * Knook * Knoet (zweep) * Knook * Knots * Knuppel * Knijpert * Koekebakker * Koest * Kol (toverheks) * Kolder * Kommer * Konkelaar (kwaadspreker) * Koopziek * Koppijn * Kortvriend * Kostverloren * Kot * Kots * Kouwe * Krach * Krakeel (ruzie) * Kraker (illegale bewoner) * Kramp * Kranghand * Krap * Kregel * Kreuk * Kreukels * Kreunen *


Kreupel * Kriebel * Kriegel * Kroeg * Kroep (bronchitis) * Krom * Krombeen * Kromme * Krot * Kruimelaar (gierigaard) * Kruiper * Kruishaar * (van der) Kruk * Krukkert * Krijs * Kuiperij * Kul (onzin) * Kunne (geslacht) * Kunstman * Kwaad * Kwaaitaal * Kwabek * Kwakernaak * Kwakkelaar * Kwakkestijn * Kwast (raar persoon) * Kwelling * Kwetser * Kijf *

Lachniet * Laks * Lamme * Later * Leegganger * Leegte * Lening * Lestestuiver * van Leuteren * Libertijn * Links * Lobbes (goedzak) * Loeder * Loermans * Lokker * Lommert * Loog * Lomp * Lor * Lormans * Lui * van Lummel * Lupa (prostituee) * Lurken * Luttel * Lijk * Lijkendijk * Lijmer * Lijmpot * Lijphart * Mafia * Mager * Mak * Malcontent * Malen * Malle * Maller * Mammen (zogen) * Manie (dwangmatige gewoonte) * Manneke * ’t Mannetje * Mank * Martel * Mat * Mekken * Meelkop * Meurer * Meurkens * Meurman * Min * Minder * Modderaar * Modderman * Moe * Moederzoon * Moenen (de duivel) * Moetwil * Mof (nazi/Duitser) * Mokken *


* Moord * Mores * Morgenster (voddenraapster) * Morren * Muil * Mussert (NSB nazi WO II) * Muts (trut) * Naaktgeboren * Nada * Nat * Nattekaas * Nee * Nep * Niemand * Niemendal * Niet * Nietes * Niks * Nippel (tepel) * Nooitgedacht * Nooitmeer * Nooitrust * Nul * Nurks (knorrig mens) * Oen (domme sul) * Ondunk * Ongena * Onrust * Ontijd * Onwezen * Oud-Aanstoot *

Paardebek * Paffen (roken) * Palingdood * Pappot * van 't Padje * Pech * Pek * Peperzak * Pest * Pester * Pet * Peuk * de Peuter * Piekhaar * Pikker * Pimpel * Pingel * Pissoort * Plas * Plasterk * Platvoet * van der Plicht * Po * van Poepele * Poets * Pompies * Pover * Praats * Prakken * Priegelaar * Pril (jeugdig) * Pronker * Prul * Prus (kieskeurige eter) * Puinbroek * Puist * Puister * Pulkenman * Pus * Pijn * Raar * Rabouw (woesteling) * Ramp * Rampen * Ranselaar * Rap * Rats (bang) * Rauw * Rimpel * Ritselaar * Rochel * Roes * Roet * Rommelaar * Rompies * Roof  * Rothuis * Rotsteeg * Rouw * Rouwen * Rover * Ruig (ruw) * Rund * de Ruwe *


Saai * Salie * Sars (virusziekte) * Sastra * Schaars * Schade * Schamper * Schandevijl * Scheel * Scheld * Scheiuit * Scheve * Schim * Schor * Schormans * Schmierer (acteur die overdrijft) * Schuin (seksmopje) * Schraal * Schreeuwer * Schriel * Schrik * Schuchter * Schuimer (parasiet) * Schuld * Schurkens * Schuwer * Siepman * Simmer (huilebalk) * Simpelaar * Sip * Slaaf * Slabak (luihannes) * Slachter * Slap * Slaper * Slapman * Slavenburg * Slecht * Slechte * Slenter *

Sleur * Slim (listig/slecht) * Slisser * Slof * Sloof (afgetobde vrouw) * Slooper * Slop * Sloop * Sloven * Sluik * Sluimer * Slijk * Slijm * Slijt * Smalbraak * Smart * Smet * Smeur * Smoes * Smijter * Snaak * Snaayer (bietser) * Snater (kwebbelaar) * Snauw * Sneujink * Snik * Snijdood * Somber * Sopjes * Speelziek * Spieker * Spillebeen * Spook * Staar * Stank * Stikker *


Stinken * Stillebroer * Stokebrand (aanstichter) * Stom * Stomp * Stoorvogel * Storing * Stormbroek * Straks * Stram * Striem * Stroeve * Stroman * Strooper * Strop * Struikelblok * Stuip * Stuitje * Stulp * Stumpers * Stijf * Suikerbuik * Taartmans * Tam * Tang (gemeen oud wijf ) * Teer * Teister * Teut * van Teutem * Tjakkes * Tobber * Todde * Toeter * Tollenaar * Toorn * Traag * Treur * Treuren * Triest * Troeleman * Trumpis * Tuchter * Trul (suf vrouwmens) * Tut * van Twist *

Uitslag * Uitenbroek * Uitvlucht * Uk * Vaal * Vaalt * in de Val * Vandaal * Vastbinder * Verdoold * Verdriet * Verdwaald * Verlaat * Verlies * Verloren * Vermist * Verreet * Verstreken * Verwoest * Vethaak * Vilder * Vitten (gezochte kritiek) * Vodde * Volgelant * Vondeling * Voortwist * Voos * Vrees * Vrek * van Vuilkoop * Waaghals * Waan (zieke fantasie)


* Waggelmans * Walg * Wammes * Warmbier * Wee * Week * Weeskind * Wegloop * Wicht (jong meisje) * Wiet * Wildeman * Wildenbeest * van Wildernis * Wipking * Woest * Woestheer * Wormgoor * Worsteling * Wrederik * de Wreede * Wurm * Wijsbek * IJdel * Zachte * Zeer * Zeldenrust * Zeldenrijk * Zeldenthuis * Zemel * Zero * Zeuren * Zeverboom * Ziek * Ziekman * Zielig * Zoekende * Zoetekouw * Zonderdank * Zondergeld * Zonderhuis * Zonderland * Zonderman  * Zonderthuis * Zondervan * Zot * Zotter * Zuinig * Zuurman * Zuurmond * Zwak * Zwakke * Zwakhals * Zwakman * van Zwam * Zweer * Zweet * Zwets.


Terzijde/ P. Nieuwland onderzocht Friese ‘protestnamen’, in 1811 aangemeld. Zoals Bieknijver * Bokstaart * Grimijzer * Kanenrijder * Kleinvogel * Leemkool * Lieger * Manweg * Muttscheplukker * Omloop * Pottjebier * Vlaarmuis en Vroegrijp. Ironische bedenksels die, misschien gelukkig voor nazaten, zijn uitgestorven en opduiken bij diepgaand genealogisch speurwerk. Machteloos verzet tegen de tiran. Zonder risico want de fransoos begreep de humor toch niet.

Benno Baksteenlijst


Volkskrantredacteur Joris Cammelbeeck noteerde eind vorige eeuw op de redactie langsgekomen combinaties van naam en functie in een naar een bekende KLM-gezagvoerder genoemde Benno Baksteenlijst (what's in a name?): chef Schade ANWB  Bots * coördinator Naturistenbond  Broekstra * leraar handvaardigheid Klungel * aannemersbedrijf Krot * masseur Tour de France Masseur * Onderwater, voorzitter duikondernemers Zeeland * bridgeteamleider Pas * advocaten Rein en Sjaak Pleiter * voorlichter ministerie VWS Praat * directeur techniek NS Ton Regtuyt * voorzitter Kaasexport Schaaf * seksshophouder Sneeboer * voorzitter Vereniging Tuincentra Struijk *


Bovendien uit eigen verheugende waarneming van namen die perfect overeenkomen met het beroep of juist integendeel: perenteler Erik Appelman * voorheen arts Bernard Beffie te Amsterdam voor geslachtsziekten * boomkweker Pieter van den Berk * gevangenisdirecteur Frans Douw * Café Restaurant Flater * landmacht-generaal Leo Beulen * rechercheur Henk Heling * advocaten mr. Louis de Boef/mr. Julie de Rechter/mr. Daniëlle Troost en mr. Manon Aalmoes (sociale sector waarschijnlijk) * topkok Joop Braakhekke * slijterij en wijnhandel Brouwer * gemeenteraadslid Castricum Ralph Castricum *

begrafenisonderneming Treur * landbouwer Harm Boontjes * Auto Roest Occasions * binnenvaartschipper Jan van der Wal * dominee Betty Woord * gevangenisdirecteur Frans Douw * tandarts voor implantologie Auw * kinderneuroloog Sigrud Pillen * neuropsycholoog dr. Mathilde Kennis * hoogleraar psychiatrie Nick van der Wee * voedseldeskundige Teun van de Keuken * brandbeveiligingsexpert Johan Koudijs * Gerda Drop van Parachutistencentrum Hilversum * oceanograaf Sijbren Drijfhout * dijkgraaf Herman Dijk * oliebollenbakker Jordy Bakker * ook slager Bakker * Martine en Louise Fokkens, autobiografen van Ouwe Hoeren, verhalen uit de peeskamer * zeevishandel Wilma Graat *

voorzitter Vakbond Pluimveehouders Hennie de Haan * bankdirecteur de Kluis * visafslagdirecteur Pim Visser * schipper Pieter Aris van der Vis van platviskotter Vertrouwen * Glashandel Sukkel te Hilversum * huisartsen Bloed/Dokter/Ziekenoppasser * plus huisartsen E.G.M. Kerkhof, H.A.P van de Kerkhof, R.M. van de Kerkhof, oogarts dr. Frank T. Kerkhoff  en klinisch psycholoog prof. dr.  Ad J.F.M. Kerkhof * chirurg Ignas van den Bebber * transporteconoom Leo Bus * directeur Netwerk Notarissen Lucienne van der Geld * duurzaam ondernemer Maurits Groen * kapsalon Ivo Kaal * jeneverkenner Rob van Klaarwater * theoloog Antoon ten Klooster * opticien Scheel * hoogleraar koloniale geschiedenis Gert Oostindie * Wim de Leeuw van dierenwelzijn * de heer Rijk Zeldenrijk *

euthanasie-expert Koos van Wees * kwaliteitsslager Marc Broodbakker * kamerheer des konings jonkheer Jan Jaap de Graaff * Nico Naaktgeboren van Genealogie LUMC * hoogleraar gezonde voeding Emily de Vet * gevangenis-directeur Frans Douw * in het Gooi: uitvaartverzorgers van Pijpen, Smorenburg en van Vuure (allen ook voor crematies) * hoogleraar suicidepreventie Ad Kerkhof * Patricia van Engelen van Uitvaartstichting Hilversum * pornofilmregisseur Erica Lust * procureur-generaal Han Moraal *

docent Hogeschool Utrecht Nicolina Montessori * quiltkunstenares Betty van der Schaar * Fred Lam van Ned. Ver. Anesthesiemedewerkers * wasserij voorheen Smeerdijk te 's- Graveland * relatietherapeut Vera Steenhart * secretaris Gezondheidsraad Margo Kerkhof * woordvoerder Rijkswaterstaat Manon van den Oever * groente en fruithandelaar J.H. Pruim * NS-reisinformateur Arjan Spoormans * glastuinbouwer Nico van Ruiten * directeur Charlotte de Schepper van Kon. Ned. Organisatie van Verloskundigen * 

stedebouwkundige Van der Stad * taaladviseur NOS Peter Taal * scheepstimmerman Harmen Timmerman * Harry Troost van Daklozenopvang Utrecht * slagerij van Vark in Almkerk * slachterijdirecteur Henk Worst * sloopbedrijf Kwakkel in Kampen * strandvonder Willem de Rover * transportondernemer Jan Snel * Raymond van der Storm van Rondvaartboten Amsterdam * gyneacoloog dr. Evert Slager *

tandarts van der Gat * timmerman Spijker in Heemskerk * Fred Wegman van Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid * verkoopmanager Ingmar Contant * Vishandelaar Henk Vis * vogelaar Nico de Haan * voorzitter Autoriteit Consument en Markt Martijn Snoep (kannie ook niet helpen) * voorzitter Verloskundigen Vereniging Charlotte de Schepper * wethouder gemeente Wassenaar Kees Wassenaar * wijkagent Marcel Schaap * en ooit dominee Zemel en natuurlijk tv-weervrouw Diana Woei.

NB: zie ook online Stroomopwaarts/namenverzameling. En ga maar door. Leuke hobby.

Interessante bestaande combinaties zijn heel welkom op hupkesg@xs4all.nl


Bargoens en straattaal

Dieventaal of onderlinge geheimtaal uit begin 20ste eeuw, ontwikkeld in de zelfkant van de grootstedelijke samenleving. Door bedelaars, daklozen, gokkers, messenslijpers, kermisklanten, ketellappers, landlopers, marskramers, pooiers, vagebonden, voddenrapers, woonwagenbewoners, zakkenrollers, zigeuners. En natuurlijk de echte penoze met professionele inbrekers, bendes zware drugscriminelen, kortom de maffia. Het gaat vaak over bedelen, bedriegen, alcoholica, eten, geld, politie, prostitutie en stelen.

Veel woorden zijn verbasterd uit het jiddisch. Soms werd de bargoense term algemener en als ergens duidelijk is dat taal verandert is het hier wel. Maar er zijn nog achternamen met een versleutelde betekenis die, behalve aan gespecialiseerde taalkundigen, alleen insiders bekend is.


In hoeverre bargoens nog wordt gebruikt of steeds meer deel van de volkstaal werd, is de vraag. Overigens is van de nieuwe straattermen van nu - de meisje, doekoe (geld), draris (vrienden), fatoe (grap),  kaas (witte Nederlander), mattie (vriend), wappie (beetje gek) enz. - geleidelijke inburgering niet onwaarschijnlijk. Taal is levende cultuur. Oudere verhullende termen als Kachel, Kappen, Peren, Pleur, Teut en Toeter nam ik wel op, want het zijn namen die ineens een bijbetekenis krijgen. Fascinerend.


Onze lijst, met vertaling in ABN. Geen woordenlijst - allemaal achternamen!

Scheldwoorden kregen een #.

Arres (angst) * de Baan (straatprostitutie) * Baanders (benen) * Bagger (waardeloos) * Bak, Nor (gevangenis) * Bakkes (gezicht) * Balen (je ergeren) * Balkon (weelderige boezem) * Beer (poep/rekening) * Bekaan (gearresteerd) * Beuk, Kluit, Stoot, Straal (veel) * Beris, Eikel, Kloot, Stik, Takke, Vellen, Zak (#) * Beuken, Flenzen, Kienen, Veeg, Wip (neuken) * Beuken (slaan) * Bever (koorts) * Biek (fijn) * Bikker, Pal, Pooier, Soeter (souteneur) * Blaffer (pistool) * Blanus, Poen (opschepper) * Blauw (bruin van huid) * Blauw, Kachel, Keil, Lam, Lazarus, Sik, Sikker, Straal, Teut, Toeter, Vet (dronken) * Blauwen (zuipen) * Blits (de patser uithangen) * Boek (portefeuille) *

Boender (onfris persoon) * Boet (stoere homo) * Bout, Diender, Flik, Kit, Smous, Tuut, Wout (politie) * Bozer (vlees) * Bouten, Dirken (poepen) * Brak (lamlendig/katterig) * Brem, Knots (gek) * Stapel, Brief, Prent (bankbiljet) * Bruin, Goudvink, Goudvis, Vet (rijk) * Calf (christen) * Dekken (op uitkijk staan) * Dille (kletskous) * Dissen, Jennen (sarren) * Dokken, Schokken (betalen ) * Dollen (voor de gek houden) * Dopper (werkloze crisis 1929) * Douw (straf) * Drommel (stakker) * Dulle (kordaat wijf) * Dijk (manlijke lesbo) * Emmer (fijn/lekker) * Emmes (uitstekend) *


Fiat (vertrouwd) * Fikken (vingers/verbranden) * Fluit, Pook, Frederik, Rammelaar, Roe, Sieber, Slinger, Vermaak, Vogel, Zwager, Bello (penis) * Fok (bril) * Frak, Vel (jas) * Foks (goud) * Gabbert (makker) * Gak (neus) * Gammer (domkop) * Gasser (spek) * Geil (hitsig/goed) * Bink, Boger, Gast, Knar, Kwant, Meier, Peer, Pik, Snaak, Vogel, Vrijer, Wipper (kerel) * Geel (goud) * Gieren (slaan) * Godin (eerlijk) * Gondel (dame) * Grietjes (meisjes) * Groos (verwaand) * Guit (deugniet) * Hebbes (beet hebben) * Heet (gevaarlijk) * Hengst, Peut (klap) * Hens (brand) *

Herres (kapot) * Hillig, Sof (pech) * Hommeles, Lampe, Mot (ruzie) * Hossele (op straat drugs dealen) * Jas (condoom/strop) * Jat (hand) * Jid, Smous (jood) * Joppe (fijn/goed) * Kaffer, Kever (boer/provinciaal) * Kak (verwaandheid/poep) *Kalle, Tor # (hoer) * Kanen, Nassen, Prakken (eten) * Kanes, Taas (hoofd) * Kappen (stoppen) * Kaps (blut) * Kast (bordeel/studenten-huurkamer) * Kat (buit) * Kat, Katje (berisping) * Kater (onwel na dronkenschap) *

Kech (hoer) * Kief (wiet) * Kien (sleutel/slim) * Kiepen (geld verdelen) * Kits, Snor (in orde) * Klos (dupe) * Kloft, Kluft (kleding) * Kloot (testikel) * Kluit, Pegel, Pop, Splint (geld) * Knol (paard) * Knorren (slapen) * Knul (jongen) * Knuppel (lomperd) * Knijf (mes) * Knijp (bang/kroeg) * Koter (kind) * Kraak (inbraak) * Kruidenier, Kruk (prutser) * Kruif (opscheppen) * Lap (oor) * Lappen (samen betalen) *Leep (sluw)


Mansen (geld ophalen) * Leip (gek/gevaarlijk/mal) * Link (slim/gevaarlijk) * Loen (bedrieglijk) * Loenen (verraden) * Loer (botterik/gemene truck/list) * Loges (achterwerk) * Lor, Oen (sukkel) * Los (uitverkocht) * Lou, Louw (niet/weinig) * Luiken (geld verdelen) * Macher (koopman) * Maf, Stapel (gek) * Makkes (problemen) * Makkie (leuk klusje) * Majem (water) * Matsen (bevoordelen/knoeien) * Matser (knoeier) * Matten (vechten) * Meppen (slaan/beetnemen) * Merode (doodarm) * Mieg (urine) * Mies (lelijk/niet-lekker gevoel) * Mik (brood) * Mokke (vies wijf) * Mokum (stad) * Mol (infiltrant) * Mollen (dood/stuk maken) * Moos, Mos (vrouw) *

Mossel, Pruim, Scheur, Spleet, Vermaak, Vijg, Emmer (vagina) * Naatje, Takke (waardeloos) * Nakken (slaan, neuken, verlinken, drinken, stelen, dissen, rippen (ongespecificeerd negatief werkwoord) * Neet (meid/vent) * Nep (bedrog) * Neut (borrel) * Nicht (homo) * Nies, Niese (vrouw/liefje) * Nicht (homo) * Nop (nee) * Oortjes, Pegel, Platen, Poen, Moos, Zaad (geld) * Paf (geschrokken) * Pages (vrees) * Palmer (soldaat) * Peren (wegrennen) * Peuk (cigaret) * Pieren (dobbelen/gokken) * Pikeur (vrouwenjager) * Plat (multi, omgekocht) * Pleite (bankroet/er van door) * Pleur (koffie) * Plomp (log lichaam/buitenwater) * Poen (opschepper) * Poet (buit) *


Pot (lesbo) * Poot (homo) * Poter (kwijt) * Rams (resthandel) * Rats (bang) * Raap (gezicht/lijf) * Rippen, Jatten, Klouwen (stelen) * Rug (1000 gulden) * Rus, Stille, Wees (rechercheur) * Rut (blut) * Schaken (betrappen) * Scheffer (gevangene) * Scherp (alert) * Schimmel (gelukje/echtgenoot) * Schuit (schoen) * Schutten (gevangen nemen) * Siep (sifylis) * Sjaak (loser) * Sjakes (koest) * Smeer (uitkijk) * Smoes (leugentje) * Snaar (bijvrouw) * Sneeuw, Witsel (cocaïne) * Snoeren, Krikken, Flenzen, Fukken, Fikken, Krikken, Palen , Pompen, Raggen (neuken) *

Spekken (royaal schenken) * Sperwer (paraplu) * Spits (pienter) * Stoter (afzetter) * Straal (bezopen ) * Streep (corrupte douanier) * Strop (vette pech) * Stuk, Bout, Brok, Kanjer, Moot, Spetter, Stoot (lekker wijf) * Suiker (cocaïne) * Sijs, Piet (vogel) * Taas, Taats (hoofd) * Tater (mond) * Tof (betrouwbaar) * Trein (stoere vrouw) * Trom (dievenkroeg) * Trutmans (lulletje) * Turf (gestolen goed) * Vink (portemonnee) * Wies (verdwenen) * Zand, Zoet (suiker) * Zeper (tegenvaller) * Zuur (betrapt/jammer) * Zwerver (landloper) * Zwijnen (boffen).


Logisch, als je cocaïne suiker noemt, moet je voor suiker een ander woord hebben. Voor drank, politie, geld, rijkdom, manspersonen, vrouwen en seks bestaan veel bargoense - en straattaal namen.

NB: zie ook bij /Amoureus.